Wat natuurlijk wel zo is is dat McKenzie in Nederland best aardig uitpakt, dat terwijl Nederland vlak is. McKenzie is bedoelt voor de heldere stralingsnachten met maximale afkoeling, in diepe dalen omringt door hellingen zal de kou zich dan verzamelen en er zal inversie ontstaan. De waarden beneden in het dal zullen dan best een stuk lager kunnen uitpakken dan McKenzie suggereert.
Dus in elk geval is deze formule heel erg afhankelijk van het reliëf in een gebied. Op een bergtop zal McKenzie bijvoorbeeld weer veel te laag uitpakken tijdens een stralingsnacht, de kou 'zakt' dan het dal in en op de bergtop blijft het ook mede door de doorstaande wind meestal veel zachter. Een voorbeeld is het DWD station in het Duitse dorpje Kühnhaide wat als 'koudegat' bekent staat. Tijdens de winterweek afgelopen feb. bedroeg de tx -9C. Het dauwpunt lag gemiddeld overdag rond -12C. De formule suggereert in dit geval: ((-9+-12)/2)-8 = -10.5 - 8 = -18.5C. In werkelijkheid koelde het de opeenvolgende nacht af tot -28C!
Daarnaast lijkt me dat grondsoort een heel belangrijke rol speelt. Hoe groter de geleiding van een grondsoort, des te sneller is de warmte afgifte in de nacht. Zand heeft bijvoorbeeld een veel hogere geleiding dan kleigrond. Niet voor niks koelt het daardoor in duinpannen zo erg af.
Ik meende me te herinneren dat je zelf ook op de rand van een helling woont?