Als je simpelweg van de afgelopen 30 jaar alle gemiddelde etmaaltemperaturen van 1 januari middelt, vervolgens van 2 januari, etc, dan kan een afronding hooguit voor 0,1 graad verschil zorgen (bijvoorbeeld: 5,15 wordt 5,2 en 5,14 wordt 5,1 graden) maar die verschillen van dag tot dag komen gewoon voor. Kennelijk is een groep van 30 jaar nog te kort om die 'toevallige' verschillen uit te middelen.
Een voorbeeld: op 12 februari van dit jaar was de gemiddelde etmaaltemperatuur in De Bilt -5,8 graden. Dat is zo'n grote afwijking ten opzichte van de 'normaal' op deze dag, dat dit al genoeg is om het 30-jarige gemiddelde van deze dag in één klap 0,2 tot 0,3 graden omlaag te brengen. Juist het optreden van extreem warme of koude dagen die willekeurig over de tijd zijn verspreid, zorgen dus voor die schommelingen, 30 jaar is dan te kort dat die warme en koude dagen elkaar op één datum altijd 'doodslaan'.