Dit is een complexe situatie. In de voorgaande runs waren er nog grote verschillen zichtbaar als het ging om de ontwikkeling, timing, plaats en koers van de lagedrukkern in de vore. In de nieuwste runs zijn die verschillen kleiner geworden, maar nog altijd aanwezig. Hetzelfde geldt voor het KEPS, de verschillen blijven aanwezig, maar de berekeningen zijn minder gevarieerd dan in de vorige run. Maar, zelfs nu de modellen qua drukpatroon minder verschillen, zien we nog steeds verschillen in de bewolking en neerslagsoort. Dat EC en Harmonie een probleem hebben met accumulatie van (natte) sneeuw is bekend. In gevallen waarbij 75-95% van de neerslag "vast" is blijft de sneeuw snel liggen omdat sneeuw z'n eigen "tile" in het oppervlakteschema heeft. De oppervlaktetemperatuur daarvan is 0°C (smeltende sneeuw), waardoor de uitwisseling met de iets warmere lucht boven dat oppervlak van 0 graden gering is (stabiele opbouw tussen het oppervlak en de lucht). Daarom krijgen deze modellen die sneeuw ook maar moeilijk weg. Als die vaste fracties dan ook nog eens sterk variëren van run tot run, dan kan dat niet anders dan leiden tot de verschillen die we nu zien. We sluiten lokale, tijdelijke accumulatie niet uit, maar dat zijn dan wel worstcasescenario's met langdurigere doorvallende neerslag op een plek en dan met name op hoger gelegen gedeeltes.
Regen/motregen. Lokaal wordt natte sneeuw gemeld (soms bij opvallend hoge natteboltemperaturen, maar het gaat om menselijke waarnemingen), al is de sneeuwfractie gering. Met name aan zee ook enkele buien bij de trog, hagel en onweer niet uit te sluiten. Rondom het laag valt regen of natte sneeuw. Tijdelijke accumulatie is plaatselijk mogelijk, met een voorkeur voor hoger gelegen gebieden zoals de Veluwe. Bij het occlusierestant regen en enkele buien.
Paraaf meteoroloog: zwagers
Uitgifte: 26/11/2021 16.56 uur LT.