Naar mijn (bescheiden) inzicht is het feit dat er zulke grote spreiding aanwezig is (en de ene keer een zachte en de volgende keer een koude pluim) een gevolg van dat de kou zo dichtbij is en we op de grens zitten van koud en warm. De ene keer valt het kwartje in de modellen de koude kant uit, de andere keer de zachte kant. Dus veel spreiding in de pluim zie ik liever dan voortdurend alleen maar warme lijntjes.
Quote selectie