Toevallig dat Sebastiaan hieronder winterinvallen rond de kerst aanhaalde van weer.nl, terwijl ik net bezig was om eens te kijken naar de grootste winters (met >100 Hellmann punten) die ik me persoonlijk kan herinneren. De winter van ’78-’79 is de eerste daarvan. Hier een samenvatting van mijn bevindingen, waarbij ik vooral gekeken heb naar de verschillende synoptische situaties die ons winter brachten.
’78-’79: depressiewinter met meerdere kou-invallen
Deze bizarre winter werd getriggerd toen een depressie op 16 december over NL trok, terwijl daarachter het Azorenhoog zich uitbreide richting IJsland waardoor we voor het eerst in de koude lucht terecht kwamen. Ruim een week later bracht een klassieke kerstdepressie bij Ierland ons tijdelijk in de zachte lucht.
Op 29 december trok weer een depressie over NL. Daarbij ontstond er een hoog boven Scandinavie, en die zorgde ervoor dat twee dagen later een volgende depressie onderdoor ging en aanleiding gaf tot een klassieke kouinval die een dag of 5 aanhield.
Intussen was omgeving Scandinavie volgepompt met koude lucht. Op 10 januari ontstond op de grens met die koude lucht een depressie boven de UK, die een dag later over NL trok en de zeer koude lucht naar ons land bracht. Een paar dagen later trok echter een warmbloedig hoog vanaf de Azoren naar W-Europa.
Op 23 januari trekt een randstoring van een Azoren-depressie over NL. Een paar dagen later komt een depressie afzakken vanaf de Noorse Zee en gaat samen met eerdergenoemde depressie. Dit lagedruk complex blijft boven Scandinavie rondtollen in de koude lucht, waar wij van “profiteren”. H-druk is ver weg. De weken erna trekken voortdurend storingen over NL op de grens van koude en zachte lucht. Op 14 februari duikt een depressie onderlangs naar omgeving Italie t.g.v. H-druk boven Scand. Deze setting blijft een week stationair en houdt oostenwind in stand. De winter eindigt op 22 februari als een versterkend hoog ten westen van Frankrijk dominant wordt.
’81-’82: decemberwinter
De situatie van begin december lijkt op die van eind januari 1979: omvangrijk complex van lagedruk gebieden blijven voortdurend rondtollen in de koude lucht boven Scandinavie, waar wij van “profiteren” met vaak N tot NW winden. H-druk is nergens in de buurt te bekennen. Regelmatig trekken er storingen langs of over NL. Vanaf midden december beginnen deze storingen ook regelmatig onderlangs te duiken, maar ook brengen depressies ons soms tijdelijk in de zachtere lucht. Op 27 december ontstaat er een diepe kerstdepressie west van Ierland en die brengt ons een dag later in de zachte lucht.
Op 5 januari stijgt de luchtdruk bij IJsland. Deze duwt depressies weg. Zo trekt er een dag later een depressie over NL naar Polen, maar daarachter een klassieke kou-inval: de temperatuur duikelt overdag van 11 graden naar 0 graden. Een week later trekt het IJsland-hoog via NL (brengt ons paar dagen strenge nachtvorst) naar oost-Europa. Aan de achterkant komt NL in de zachte lucht.
’84-’85: High over lows
De aanvankelijke westcirculatie die zich op de 18e had ingesteld verandert op 28 december als het Azorenhoog zich verplaatst heeft richting Spanje. Op de 31e breidt dit hoog zich noordwaarts uit als een depressie langzaam vanaf Schotland over Noordzee trekt, en vormt op 2 januari een aparte kern boven de Noorse zee terwijl depressie naar Duitsland is doorgetrokken. Dit triggert lage druk vanuit NW Rusland om zich naar Polen uit te breiden, en deze sleept zeer koude lucht zuidwaarts. Op 6 januari trekt een randstoring hiervan over NL. Intussen heeft het hoog zich iets verplaatst van Noorse zee naar regio IJsland/Ierland. Op 10/11 januari fuseert dit hoog met Azorenhoog en belandt boven UK, waardoor wind NW wordt.
Op 13 januari is er opnieuw een kou-inval als het UK hoog zich terug verplaatst naar Scandinavie en er tegelijk een Genua-depressie ontstaat. Daarna concentreert lage druk zich een poosje rond Frankrijk en verplaatst het hoog zich langzaam naar IJsland waardoor we in de koude lucht blijven. Op 21 januari wordt de Elfstedentocht gereden op het moment dat een UK-depressie ons in zachte lucht brengt.
’85-’86: korte winterprik na kerst; kernwinter in februari ontstaat vanuit hoog boven NW Rusland en duikende depressie.
Op 23 december volgt een depressie vanaf Newfoundland een wat zuidelijkere koers dan eerdere depressies deze maand. Op 2e kerstdag trekt deze over het Kanaal en gaat samen met een Scandinavische depressie. Bij ons duikelt de temperatuur dan van 10 naar 0 graden. Een westelijk Azorenhoog vormt een brug met het Groenlandhoog. Daaruit vormt zich een aparte kern boven IJsland. In de noordstroming brengt de Scand.depressie ons een flink pak sneeuw op de dag na kerst. Op de 30e zakt het IJslandhoog af en verdwijnt. De zachte weststroming herstelt zich en op 2 januari valt de dooi in.
De situatie verandert essentieel op 30 januari als een depressie vanaf IJsland een duiker wordt en boven Frankrijk blijft rondtollen. De luchtdruk is hoog boven NW-Rusland. Dat hoog breidt zich een paar dagen later uit naar Scandinavie en Noorse zee. Boven ZW-Rusland ligt een depressie. Op 6 februari trekt het lagedruk vanaf Frankrijk naar Italie en brengt het laag boven Rusland retrograads in beweging. Twee dagen later bereikt dit laag Duitsland en voegt samen met het laag boven de Middellandse Zee. Extreme kou bereikt NL en houdt de hele maand aan, met de Elfstedentocht op 26 februari. Pas op 4 maart neemt een IJslanddepressie de regie over en komt een weststroming tot stand.
’86-’87: kernwinter in januari met twee verschillende kou-invallen
Op 2 januari beginnen de panelen te verschuiven als een hoog boven zuid-Europa verplaatst naar west van Spanje en een uitloper krijgt richting IJsland. In eerste instantie verplaatst zich dit naar West van Frankrijk en trekt de uitloper over NL. Op 6 januari krijgt het Spaanse hoog opnieuw een uitloper naar IJsland. Nu houdt deze stand en stroomt er achter een wegtrekkende depressie koude lucht binnen vanuit het noorden. Het hoog komt op 7 januari boven de UK te liggen, en ontstaat er een storing voor de Noorse kust. Deze trekt naar Polen, het hogedruk gebied trekt over NL weg naar midden-Europa, maar tegelijkertijd ontstaat er een Scandi-hoog.
Daarna ontstaat er een unieke situatie: boven zowel Azoren als Ierland ontstaan twee kleine depressies. Deze voegen samen en vormen een duiker die naar Sardinie trekt. Op 10 januari valt de vorst gigantisch binnen. Twee dagen later is er hier en daar sprake van zeer strenge nachtvorst en valt er op de wadden een halve meter sneeuw. Het IJsselmeer vriest dicht op de 13e en op 14 januari volgt een historisch koude dag met een Tx van -14 graden. Een dag later ijsvorming op de grote rivieren.
’95-’96: Winter als gevolg van schuivende hogedrukgebieden.
Deze winter begint al vrij vroeg als gevolg van verschuivende hogedrukgebieden. Op 4 december versterkt een Scandi-hoog zich, trekt daarna naar Ukraine met een brug naar Azoren-hoog, waarin aparte kern ontstaat boven NL op 10 december. Deze kern trekt naar regio Schotland/IJsland/Noorse zee. Daardoor wordt stroming eerst noord waarin lagedruk over oost-Europa zuidwaarts trekt, welke uiteindelijk op de 13e boven Genua terecht komt en er een koude NO-stroming op gang komt. De klassieke kerstdepressie is er vrij vroeg bij: op de 21e verovert zachte lucht ons land.
Op de 2e kerstdag wint koude lucht weer terrein als een storing vanaf Schotland is langsgetrokken. Op 4 januari nemen oceaan-depressies de regie tijdelijk over.
Totdat op 15 januari een hoog boven W-Rusland aan de wandel gaat naar Europa, en zich daarna uitstrekt richting Scandinavie, waar op de 19e een Scandi-hoog uit ontstaat. Dit hoog blijft daarna in stand (schuift wel af en toe wat op), maar blijft voorlopig bepalend voor de winter. Af en toe weet zachter lucht door te dringen (bijv. rond 10, 15 en 24 februari), maar achter wegtrekkende depressies komt de kou steeds weer terug. Zelfs in maart laat de winter nog niet los: op 7 maart trekt een UK-hoog naar Scandinavie en kantelt de stroming naar oost. Met het verder oostwaarts trekken van dit hoog komt er op 11 maart nog een portie zeer koude lucht mee. Op 15 maart is het einde winter.
’96-’97: Oostzee-depressie.
Op 21 december vinden de cruciale veranderingen plaats op de weerkaarten: Tussen een oceaandepressie en lage druk boven NW-Rusland/N-Scandinavie stijgt de luchtdruk rond IJsland en Noorse Zee. Daardoor komt er een NO-wind te staan met geleidelijk koudere lucht. Op de 26e verplaatst het hoog zich via NL naar oost-Europa, maar daarachter vormt zich een nieuw hoog bij Schotland/Noorse zee. Op 29 december is een belangrijke ontwikkeling te zien: er snoert zich een depressie af boven de Oostzee. Deze duikt via midden-Europa naar Frankrijk/Spanje en brengt zeer koude lucht mee over NL, zodat op 4 januari de Elfstedentocht verreden kan worden. Op 10 januari neemt de depressie-druk op de oceaan toe en zachte lucht verovert NL.