Zo vanaf midden volgende week laat het Europese rekenmodel boven het noorden en noordwesten van Europa zelfs een soort noord tot noordoostcirculatie ontstaan, waarmee lagedrukgebieden vanuit het koude gebied boven Scandinavië onze kant op worden gestuurd. Dit zijn fenomenen die sterk aan de grote winters van vroeger doen denken. Als dit uitkomt, maken we op korte termijn meteen al iets heel bijzonders mee. Het past ook mooi in de lijn van onze winterverwachting.
We roepen het al tijden. De combinatie van een La Niña, een toenemende QBO-oost en het gedrag van de MJO (sterk in zijn fase 7 en zelfs op weg naar fase 8) moet, ondanks het feit dat de poolwervel op dit moment bijna supersonisch sterk is, bij ons in bijzondere drukverdelingen kunnen uitmonden. Normaal zou je met een poolwervel zo sterk als die van nu óp het Noordelijk Halfrond een strakke westcirculatie verwachten, met bij ons de ene na de andere storing, vaak regen en veel wind en vooral temperaturen die steeds hoger zijn dan normaal in deze fase van december.
In werkelijkheid zien we een poolwervel die volledig ontkoppeld is van datgene wat zich eronder in de troposfeer afspeelt. Er is geen westcirculatie. Wel hebben we een sterk hogedrukgebied boven het noordwesten van Europa dat de drukverdeling blokkeert. Het is op weg naar het noorden, naar het gebied bij IJsland en Groenland, zoals je op basis van de fasen 6, 7 en 8 van de MJO mag verwachten, net als bij voorbeeld in de winter van 1962/193 (als één van de voorbeelden) gebeurde.
Omdat het hogedrukgebied naar het noorden trekt, wordt de straalstroom niet alleen op de Oceaan, maar ook boven het Europese continent steeds verder naar het zuiden gedrongen. Tegelijkertijd bouwt zich aan de oostkant van het hogedrukgebied in het noorden boven Scandinavië een steeds grotere koudepoel op. Lagedrukgebieden van de Oceaan, die tot een steeds zuidelijkere koers worden gedwongen, proberen zich nog wel met het weer bij ons te bemoeien, maar krijgen het er steeds lastiger mee. Het zijn straks de lagedrukgebiedjes uit het noorden de échte kou nog even blokkeren. Tegelijkertijd kunnen die later volgende week wel hier en daar wat sneeuw brengen.
Maandag al stroomt de koude lucht met een naar noordoost draaiende wind het land binnen. In de avond begint het dan ook op steeds meer plaatsen te vriezen, in de nacht naar dinsdag kan het hier en daar al tot matige vorst komen. Dinsdag overdag lijkt het kwik op sommige plaatsen onder het vriespunt te blijven. In de loop van dinsdag en woensdag trekt het eerste lagedrukgebied vanuit Scandinavië naar het zuiden. De wind bij ons wordt dan even noordwestelijk en iets zachtere lucht kan vanaf de Noordzee het land op komen. Na een nacht met opnieuw lichte vorst komt het kwik overdag enkele graden boven het vriespunt uit. Verder trekt een bandje met wat lichte regen of sneeuw vanuit het noorden over het land. Veel neerslag wordt er niet verwacht.
In de tweede helft van de week, in de aanloop naar de kerstdagen, zien we de klassiek winterse drukverdeling ontstaan. Het is dat er boven het koude Scandinavië steeds weer kleine lagedrukgebieden ontstaan, die onze kant op komen, anders stroomde de kou van daar zonder meer over ons land uit. Nu duurt dat nog tot globaal Eerste Kerstdag. Dat wil niet zeggen dat de temperaturen voor die tijd al niet laag zijn. Na woensdag vriest het in de nachten nog steeds licht en tijdens opklaringen matig, Overdag is het rond het vriespunt. Heel lokaal valt wat sneeuw.
Ook in de pluim van het Europese model zet de kou steeds meer door. Verder zien de Amerikaanse kaarten eveneens allemaal aankomen, maar die worstelen (zoals vaak) met de Atlantische invloed op dit alles. Waren de berekeningen van 06, 12 en 18 UTC van gisteren allemaal redelijk vergelijkbaar met die van het Europese model van nu, in de run van OO UTC van vanochtend kwamen ook weer meer zachte opties naar voren; de Atlantische invloed dus. Het is altijd interessant om te zien welk van de modellen deze invloeden het beste oppikt. Vaak is het Europese model winnaar.
Zoals we in de 30-daagse verwachtingen van de laatste tijd al zagen, is dit een winterperiode die mogelijk lang gaat duren. De Europese pluim bevestigt dit beeld vanochtend. Binnen de onzekerheid, zoals we die hiervoor al hebben besproken, lijkt er tot het einde van dit jaar geen grote verandering meer te komen in het drukpatroon, zoals zich dat instelt. Mogelijkerwijs staan we dus aan de vooravond van een koude periode die weleens lange tijd zou kunnen gaan aanhouden.