Halverwege januari 1989 stond de teller van vorstdagen pas op 3, dat was destijds een eeuwrecord. Oorzaak was een standvastig hoog rond Italie, dat daar eigenlijk al sinds oktober honk had gevonden. Daar heerste er dan ook grote droogte; de Po-vlakte zat voortdurend vol mist en daar vervuilde de lucht ernstig. Ook bij ons verliep daardoor januari rustig, zeer droog en vaak mistig, en ook veel te zacht. De dichte mist van 31 januari bracht chaos op de wegen met een aantal dodelijke ongelukken. Depressies volgden een noordelijke koers, waardoor Scandinavie de zachtste winter allertijden beleefde. In Alaska daarentegen werden recordlage temperaturen gemeten: tot -78 graden. Uiteindelijk culmineerde dit weerregime in een zeer vroege lente: van 6-10 februari (carnaval notabene) scheen de zon volop en bereikte de thermometer 14 graden in Zuid-Limburg op de 8e.