Hierbij voorlopig het laatste deel van grepen uit 78/79. Het is de aanloop naar die grootse winterinval en koudegolf die zijn gelijke niet kent. Nooit maakte ik een koudegolf mee met zo veel bijzonder winterweer. Ik weet het, voor velen staat 79 voor de sneeuwstorm in het noorden van het land. Op grote schaal bekeken en naar de impact in de rest van het land beschouw ik de periode 29 december 1978 t/m 6 januari 1979 als uniek in onze recente historie en van meer betekenis dan de sneeuwtoestand van februari.
Wie meer wil lezen : Dagboek 79
24 december 1978:
De depressie zet door en blaast alle de koude lucht in een dag weg uit west Europa. In De Bilt komt de temperatuur om 9 uur in de ochtend boven 0. Op veel plaatsen in het land gaat het binnendringen van de zachte lucht gepaard met ijzel; de problemen zijn niet van lange duur, want in de loop van de dag komt bij veel wind de temperatuur een paar graden boven nul. De wind waait trouwens nog een groot deel van de dag uit het zuidoosten en draait pas in de avond naar zuidwest. Boven Scandinavië en Groenland is de luchtdruk nog steeds hoog, waardoor de winter vast in het zadel blijft zitten in noord Europa. In Moskou wordt –30 gemeten! Op dat moment kon nog niemand een uitspraak doen over het terug keren van de winter. Als je echter nu de weerkaarten ziet uit die dagen, dan zie je het als het ware wel aankomen : de winter hergroepeert zijn troepen en beraadt zich over de definitieve aanval. Het KNMI verwachtte in ieder geval wel, dat het na de kerstdagen weer kouder wordt. Maar voorlopig gingen we natte, zachte en sombere kerstdagen tegemoet.
Koudegetal op 24 december : 34,0
25 december:
Wind, regen en hoge temperaturen. Typisch kerstweer zou je zeggen. De weerkaart vertoont allerminst een normaal beeld. Terwijl de druk boven Groenland onverminderd hoog is, trekken storingen met veel regen Europa binnen. Het zijn kleine storingen die over een smalle baan trekken en noord Europa ongemoeid laten. Daar is het onverminderd extreem koud. Eén van de storingen trekt vandaag over ons land. Aan de zuidzijde heersen zuidwesten winden; aan de noordzijde staat boven zuid Scandinavië een oostenwind, die koude lucht aanvoert; er valt daar ook sneeuw.
26 december:
Weer zo'n dag. Veel wind, regen en temparuren tegen de 10 graden. De druk stijgt nog iets boven Groenland; boven het midden van de oceaan ligt een groot lagedrukgebied. Door dit geheel is Europa verdeeld in een zuidelijk deel met hoge temperaturen en zuidwestenwind en een noordelijk deel, waar koude lucht zich heeft opgehoopt. De vorstgrens is vandaag iets naar het noorden teruggedrongen en ligt over Denemarken en de Oostzee naar de randstaten. Gaat de zachte lucht dit winnen? Gaat de strijd verhevigen? Wanneer wordt het nu weer koud? Deze vragen hielden ons bezig tijden de kerstdagen van 1978.
27 december:
De wind draait naar het oosten in een groot deel van het land. Veel kouder wordt het niet, want een storing, die als uitloper van de oceaandepressie dieper in Europa probeert in te snijden, brengt een nieuwe partij zachte lucht onze kant op. Boven Scandinavië stijgt de druk nu weer langzaam; het hogedrukgebied neemt nu geweldige proporties aan en beslaat een deel van Canada, Groenland en een deel van de Poolzee. De strijd lijkt zich nu te verscherpen; in noord Scandinavië en noord Rusland worden temperaturen van ver onder de –30 gemeten. In Denemarken daalt de temperatuur weer en gaat er in de nacht sneeuw vallen bij oostenwind. Hoe lang moeten wij daar nog op wachten? Niemand heeft daar besef van op dat moment.
28 december :
Een historisch keerpunt in een historische winter. In Duitsland spreekt men van de Jahrhundertwinter, waar de winter op een onvoorstelbare wijze te keer ging. Jan Buisman spreekt in "Bar en Boos" van één van de meest spectaculaire kou-invallen van de afgelopen eeuwen. Op 28 december begon de extreem koude lucht vanuit noord-Rusland zijn opmars over Europa. Het oprukken van de kou verliep zeer langzaam en nam ongeveer 5 dagen in beslag. Dat bracht twee verschijnselen met zich mee. Het front tussen de zachte en de koude lucht was voortdurend zeer actief en veroorzaakte daardoor steeds veel neerslag, vaak in de vorm van een sneeuwstorm. In de tweede plaats was het voor de weerdiensten lastig om de juiste verwachting te maken. Een 100 km verplaatsing van het front, wat op de schaal waarop weersystemen opereren heel weinig is, kan in Nederland een groot verschil maken voor de helft van het land. Hoe moeilijk het KNMI het had, blijkt uit de verwachting op 28 december : morgen nog zacht, maar op 30 december wordt het kouder. We zullen zien, dat dat er voor een deel van het land niet ver naast zat, maar voor het noorden gewoon de plank mis sloeg.
Er begint een veldslag in Europa. Je kan haast niet anders, dan de ontwikkelingen in termen van oorlogsvoering te beschrijven. Twee grootmachten strijden om de heerschappij over west en midden Europa. In het noorden heerst oppermachtig Koning Winter, met een bastion van hogedruk over Noord Canada, Groenland, IJsland, een deel van het poolgebied, Scandinavië en noord Rusland. Zijn gebied is volgestouwd met uitzonderlijk koude lucht; in noord Europa worden temperaturen rond –40 dagenlang gemeten; overdag komen er temperaturen van –20 tot –30 voor. Aan de ander kant probeert Koning Oceaan zijn zachte en vochtige rijk uit te breiden over Europa. Op 28 december heeft hij versterking laten aanrukken in de vorm van een storing, die tot ver in vijandelijk gebied, te weten Polen en West Rusland, is doorgedrongen.
In deze veldslag is een front aanwezig, waar hevige strijd woedt; het front loopt op 28 december om 12 uur in de middag van het noorden van Schotland over midden Denemarken naar het noorden van Polen. Vandaag wordt duidelijk, dat de strijd heviger wordt en dat Koning Winter langzaam terrein wint. Terwijl het in Nederland, Frankrijk en Duitsland zeer zacht is bij een temperatuur van 10 tot 12°C, worden sneeuwjachten gemeld uit Schotland en Denemarken bij krachtige oosten- tot noordoostenwind. Het front verplaatst zich maar heel langzaam naar het zuiden. In het front vinden af en toe golfbewegingen plaats, die zowaar ook gevolgen hebben voor het weer in het uiterste noorden van ons land : af en toe worden vooruitgeschoven posten van Koning Winter gesignaleerd. Zo komt even een bel koude lucht over de Wadden het noorden van Groningen binnen. Waarnemer J. Bolt in Uithuizermeden meldt aan Jan Visser om 16.00 uur een temperatuur van 4,6 °C bij zwakke noordoostenwind! Het is van uiterst korte duur : om 16.05 leest hij 7,6°C af bij harde zuidwesten wind.
Het lijkt er op, dat Koning Winter vandaag nog geen vaste voet zet op Nederlandse bodem. Toch wordt zijn regime in het uiterste noorden in de loop van de avond nog een keer gevoeld. Op Ameland en Terschelling is er tijdelijk een noordoostenwind. Om 21.00 uur lijkt het te gaan winteren in Uithuizermeden; daar wordt dan 2,8°C gemeld. Hoe klein het wintergebiedje is, blijkt uit het volgende : in Ten Post, op 13 km afstand, is het op dat moment 8,1°C bij een krachtige zuidwesten wind. In de loop van de late avond wordt de kou opnieuw verdreven en lijkt de zachte lucht weer in noordoostelijke richting op te rukken. Voor hoe lang? Dat is op dat moment niet helemaal duidelijk. Het zal er van af hangen wat een nieuwe storing, die in de nacht zal passeren, precies gaat doen. Duitse meteorologen verwachten dat er op de Noordzee een oosterstorm zal opsteken, waarbij de kou langzaam naar het zuiden komt.
Lees hier verder : Het grote werk.