Het einde van de eerste koudegolf. Op zaterdag 6-1 heb ik geschaatst bij zeer koud weer. Iets van -7 in de middag. Thuis gekomen ontdekte ik dat de zwakke wind ongeveer ZW was. In een strenge winter vriest het bij alle windrichtingen. Op zondag een partij ijzel (de vijfde ijzeldag van de winter), en zeker niet voor de laatste keer.
6 januari:
“Willen diegenen die er niet meer in kunnen, helpen duwen?” De vraag breekt onmiddellijk het ijs, in de trein van Amsterdam naar Utrecht dan. “Ik moet er in Abcoude uit. Kunt u mij even doorgeven?” of : “Mogen mijn tenen even onder?”. Deze humor, opgetekend door een medewerker van de Volkskrant, houdt reizend Nederland op de been; dat is wel nodig, want de spoorwegen werken nog steeds met een noodschema, wat inhoudt, dat 70% tot 80% van de treinen rijden en dat er nog steeds gereden wordt met vertraging.
In de rest van Europa komen nog noodtoestanden voor. In Frankrijk zijn veel automobilisten gestrand in de sneeuw; het leger is er ingeschakeld om wegen sneeuwvrij te maken. Veel dorpen zijn geïsoleerd door de zware sneeuwval en in sommige plaatsen is geen elektriciteit meer. Op het eiland Rhodos is sneeuw gevallen, wat in elf jaar niet meer gebeurd was. In Joegoslavië heerst energieschaarste; televisieprogramma’s worden daarom ingekort. Volgens de Volkskrant zou in Moskou het kwik tot –50 gedaald zijn. Dat moet een vergissing zijn, want op de weerkaart zijn geen temperaturen beneden –30 te vinden.
Vandaag beleven we nog een zeer koude dag; in de ochtend wordt in Ten Post –17,9 gemeten, wat na vier nachten beneden –20 aldaar gematigd mag heten. De wind waait zwak uit het zuiden bij doorgaans veel zon. In de middag stijgt de temperatuur tot –6 à –7. Overal waar ooit water is geweest wordt nu geschaatst. In Schiedam zie ik ze op de Lange Haven en bij de sluis; plekken waar je als schaatser niet gauw komt. Een mooie foto zie ik in de krant van schaatsende kinderen op de Amsterdamse grachten, waar zelden geschaatst kan worden. Ook is er een geweldige schaatskalender in twee kolommen over een paginahoogte; zelfs in Zeeuws Vlaanderen wordt een tocht gehouden; boven de kalender prijkt een foto met Jeen van den Berg, die zich voorbereidt op de elfstedentocht, die nog maar niet wil komen. Op delen van het traject ligt een zo dikke laag sneeuw op het ijs, dat het praktisch niet meer aangroeit. Sneeuwruimen is niet mogelijk, omdat het ijs te dun is.
Een paar krantenkoppen van 6 januari 1979 : “Pekelen is weinig schadelijk” ; “Vogels in nood kunnen rekenen op ‘oom agent’ “ ; “Lange latten en lange tenen” . Alle kranten brengen vandaag uitgebreid winternieuws met foto’s; het Parool heeft mooie verhalen en foto’s van schaatstochten, ijszeilwedstrijden, arresleetochten en een langlaufwedstrijd op de Holterberg. Die langlaufwedstrijd leidde nog tot een rel : de wedstrijd was georganiseerd door een ondernemende hotelier; vervolgens kwam de wedstrijd in de pers als “Open Nederlands Kampioenschap” wat weer de woede van de Nederlandse Skivereniging opriep. Maar er zijn ook andere zaken aan de orde : vogels krijgen het moeilijk in deze barre tijden; het strooien van zout op de wegen wordt besproken als een milieukwestie. Het blijkt echter, dat dezelfde hoeveelheid zout als welke in de afgelopen week gestrooid is, binnen 5 dagen via de Rijn ons land binnen stroomt. Dat weten we dan ook weer; er zijn kennelijk nog andere “strooiers” aan het werk.
Zoals het KNMI al eerder heeft aangekondigd, is het eind van deze vorstperiode, zeg maar gerust : koudegolf, in zicht. De weerkaart laat een diepe depressie zien, die met een kerndruk van 973 hPa tussen IJsland en Groenland ligt. Een afzonderlijke storing trekt ten noorden van Schotland langs in de richting van Noorwegen; een frontensysteem ervan komt in de richting van ons land en zal morgen de dooi inluiden. We moeten daarbij rekenen op sneeuw en ijzel en later, als de dooi eenmaal doorgezet is, ook regen. Is dit het einde van de winter van 79? Ik kan het nog niet geloven.
Koudegetal na 6 januari : 111,4
7 januari 1979:
De dooi komt er aan, maar ik kan nog niet geloven, dat die echt doorzet. In de ochtend is het nog droog bij een temperatuur van enkele graden onder 0. In de loop van de dag begint het te ijzelen; dat is de vijfde ijzeldag van deze winter. De grond is nog erg koud, de luchttemperatuur iets onder 0, dus die ijzel zet in de loop van de middag en avond flink aan. De straat voor mijn deur is in de avond een matglanzende ijsvlakte; zo’n mooi ijzel hebben we deze winter nog niet gehad! Het verkeer ondervindt veel hinder van de gladheid. Die gladheid blijft de hele dag, omdat de temperatuur niet verder oploopt dan tot het vriespunt. In De Bilt is het om middernacht (van 7 op 8 januari) nog steeds 0°C.
De weerkaart ziet er niet best uit : een grote depressie ligt op het noorden van de Atlantische Oceaan en voert zachte lucht naar west Europa. Zo te zien komt er een westcirculatie op gang. Dat betekent, dat de vorst voorlopig verdreven zal zijn uit ons land. Strenge kou heerst nog steeds in Rusland en zuidoost Europa.
Nu er een eind aan deze geweldige vorstperiode komt, is het tijd om de balans op te maken. Binnen een periode van 8 dagen hadden we te maken met een zeer heftige kou-inval, sneeuwstormen en spectaculaire weersveranderingen. Als we de kou in getallen proberen te vangen, dan blijkt, dat we een bijzonder hevige koudegolf achter de rug hebben. De koudegolf telt, als er een periode van tenminste 5 ijsdagen (T-max onder 0) is met daarin minstens 3 dagen met strenge vorst (T-min onder –10). In De Bilt duurde de koudegolf 7 dagen, van 31-12 t/m 6-1. Rotterdam had officieel geen koudegolf, omdat op 2 januari de temperatuur enkele uren boven 0 geweest is. Hieronder de gemiddelde temperaturen op een aantal plaatsen.