Je hebt gelijk, ik liet me een beetje gaan! had geen rekening gehouden met het feit dat het een front was en geen buien
.
Hier lijkt de zon warempel pogingen te doen om zich te tonen.
Ik herinner me, naar aanleiding van deze tegenstelling, dat wij op de HBS in de jaren 60 bij aardrijkskunde iets leerden over weerkunde (voor mij weinig nieuws natuurlijk
). Er werd gesproken over stuwingsregens en stijgingsregens. En welke hebben we dan in Nederland? Je kan deze vormen terug zien in frontale neerslag en buien. Fysisch komt het allemaal op hetzelfde neer: adiabatische afkoeling door opstijging van lucht.
Mocht dit principe van adiabatische afkoeling voor een enkeling onbekend zijn, nog iets over dit fenomeen. Adiabatisch betekent: zonder aan- of afvoer van warmte uit de omgeving. Zuiver adiabatisch lijkt me onmogelijk, want enige invloed van stralingseffecten zal er altijd zijn. Als een hoeveelheid lucht gedwongen wordt om op te stijgen gaat deze afkoelen. Dat is een thermodynamisch gegeven dat samenhangt met het uitzetten van de lucht; deze verliest energie. Omgekeerd: als lucht van (grote) hoogte daalt zal deze opwarmen. Ze wordt als het ware samengeperst en neemt daardoor weer energie op. Ooit had ik daarover eens met iemand (op forum weeronline) een gesprek naar aanleiding van de film “The day after tomorrow”. Daarin werd gesuggereerd dat zeer koude lucht van grote hoogte neerdaalde op het aardoppervlak. Dat leek mij buitengewoon onwaarschijnlijk omdat bij dalen adiabatische opwarming plaats vindt. En wel met 1 graad per 100 meter, mogelijk een deel van het traject iets minder doordat nog ijs moet verdampen (sublimeren). De reactie was: als het maar snel genoeg gaat kan de kou de grond bereiken. Dat klopt natuurlijk niet: hoe sneller de beweging, hoe meer de adiabatische opwarming wordt benaderd.
Theoretisch zou het mogelijk zijn dat diepvrieskou op deze wijze de grond bereikt. Maar dan moet die lucht veel kouder zijn geweest op hoogte! Stel: -10 aan de grond, dan was de temperatuur ongeveer -60 op 5 km hoogte. Om maar te zwijgen van nog grotere hoogtes. Om dat mogelijk te maken zouden er ongekende processen en ongekende energietransporten moeten hebben plaats gevonden. Ik zou ook niet weten hoe het op die hoogte zo koud zou kunnen worden. Het principe van weersystemen is juist: uitwisseling van warmte en vermindering van de tegenstellingen. Ik denk dat zo’n systeem met grote temperatuurtegenstellingen al veel eerder instabiel wordt.