Enkele laat invallende winters zijn welbekend, zoals 1956 en natuurlijk de flitswinter van vorig jaar, maar 1991 was ook een mooie.
Na een tamelijk zacht begin van dat jaar leek het er op dat de voorgaande non-winters werd herhaald, maar in de tweede helft van januari werd het wat kouder onder hoge druk wat zich in onze contreien ophield, met op het eind van de maand en begin februari maximum temperaturen van iets boven nul en ’s nachts al aardig wat vorst. Januari was verder een rustige maand met niet al te veel neerslag. In ieder geval geen sneeuw.
Op 2 februari ontwikkelde zich een krachtig Scandi-hoog, en daarmee werd een portie Russische kou op transport gezet. Dit leidde in de nacht van 5 op 6 februari tot een zeer plotselinge kou-inval en duikelde de temperatuur naar -10 graden overdag met een stevige oostenwind. Omdat de weken daarvoor al wat ijs was aangegroeid kon er een dag later op 7 februari al het NK op natuurijs verreden worden. Gedurende een aantal dagen viel er ook af en toe wat sneeuw, in totaal een centimeter of 5. Op de 15e bracht een depressie die over de Noordzee zuidoost-waarts trok daar nog een flinke pak sneeuw bovenop waardoor de sneeuwlaag kon aangroeien tot zo’n 20 centimeter.
De dagen daarna waren droog en zonnig met overdag temperaturen enkele graden boven nul, waardoor de sneeuw heel langzaam wegkwijnde. Maar het was wel een mooi laat wintertje.