De waarschuwing wordt gegeven voor windstoten bij een buienlijn op het koufront. De koude lucht duwt de warme lucht opzij waardoor er sprake is van sterke convergentie. Dauwpunten zijn met 7-8 graden best hoog en er is ongeveer 50-100 J/kg CAPE beschikbaar. Dat lijkt niet veel maar omdat de convectie ondiep is kan dat toch nog wat opleveren. De windrichting draait op de convergentielijn waardoor er lokaal wervelingen kunnen ontstaan die, als ze onder een krachtige stijgstroom terechtkomen, uit kunnen groeien tot een windhoos. Dan moet die stijgstroom natuurlijk wel krachtig genoeg zijn en in een winterse situatie is dat meestal niet zo. De dalende lucht in de buienlijn brengt de wind op hoogte naar beneden. Op 850 hPa staat 75 knopen dus dat betekent dat de windstoten lokaal uit kunnen komen op 130-140 km/h. In Nederland en Engeland lijkt de convergentie overigens niet al te sterk te zijn, mogelijk omdat de luchtmassa's teveel afgebogen worden door de depressie. En verder naar het zuiden is de windsnelheid op hoogte weer minder. Dus vermoedelijk vandaar alleen in Duitsland paars. Bij het koufront zie je ook mooi een golfje in de isobaren: de warme lucht stijgt op (tekort aan lucht) en de koude daalt (overschot aan lucht). Dit komt niet door de convergentielijn maar doordat de zwaartekracht en de verticale luchtdrukgradiëntkracht doorgaans niet in balans zijn op de grens tussen warme en koude lucht.


