probleem is dat we teveel focussen op berekende gusts. Vroeger (nog niet zo lang geleden) berekenden we als voorspeller in de weerkamer de gusts op basis van combinatie geostrofische wind + stabiliteit. Dan wist je op zn minst waar je mee bezig was. Nu is het een orgie aan gusts op media en hier, netjes voorgeschoteld door een trein aan modellen.
in onstabiele luchtmassa (in zou toch zeker een diepte van 2 km nemen) neem je best de 850 hpa wind en doe je daar een schep van af
in stabiele luchtmassa (zeker warme sector neem je 925/950 hpa wind en neem je daar een schepje van af.
de variabiliteit in de modellen zit hem niet zozeer in de (geostrofische) hoogtewind en daaraan gekoppelde drukgradiënt /diepte depressie, maar in de modelparameters (hoe sterk wordt de hoogtewind in het model naar de grond getrokken, en hoe ziet het model mesoschale fenomenen in de depressie (warm/cold conveyor bands, sting jet, isalobarische wind, etc etc.
het spreekt voor zich dat de fijnmazige modellen die laatste componenten het best meenemen maar het spreekt evenzeer voor zich dat de fouten ook erg snel toenemen in de inschatting van de gusts.
Volgens ik het zie zijn de winden op 850 hpa over het algemeen in een breed gebied zuid(oost) van de kern rond 65-80 kts, dus ca 120-150 km/h. Mits voldoende daalbewegingen loopt dit aan ge grond op naar ca 100-130 km/h (kustgebieden en iets landinwaarts). Diverse modellen suggereren een sting jet net bezuiden de staart van de depressie waarin de winden (in die fijnmazige modellen) oplopen naar astronomische waarden van 150+. Maar die sting, als die er al komt, trekt vooral over de Noordzee en eventueel over N-NL. Iets om mee rekening te houden, maar dat is vrij onvoorspelbaar zo'n sting jet.