Zoals aangekondigd hierbij een eerste aanzet om te komen tot een getalswaarde van de 'winterduur', wat iets anders is dan de gemiddelde temperatuur of een vorst- of Helmanngetal.
De aanleiding was een bericht hier over de Zweedse manier om het begin van de winter te bepalen aan de hand van de temperatuur. Dit houdt in: vijf opeenvolgende dagen met een Hellmannbijdrage. Zo verscheen er een artikel dat er tegenwoordig in het zuiden van Zweden geen winterseizoen meer is, omdat dit criterium niet meer wordt gehaald.
Voor de Benelux is dit uiteraard een te streng criterium: nog meer dan in zuid Zweden komen we hier nauwelijks ooit nog toe aan vijf opeenvolgende dagen met een negatieve etmaaltemperatuur. Dus heb ik een criterium ontwikkeld dat hier beter opgaat. Eerst dacht ik aan vijf opeenvolgende vorstdagen, maar dan hou je in een heel aantal jaren meteen al weinig over. Dus ging ik terug naar drie opeenvolgende vorstdagen, maar dat bleek al gauw te slap te zijn. Kennelijk komt het heel nauw hoe je een periode die je qua temperatuur 'winters' kunt noemen definieert.
Als tussenvorm ben ik bij minimaal drie opeenvolgende vorstdagen gebleven, maar dan met een paar bijkomende eisen. Ten eerste mag de gemiddelde minimumtemperatuur van die drie dagen niet hoger zijn dan -2.0°C. Daarmee samenhangend moet de gemiddelde temperatuur van die drie dagen onder +2.0°C liggen, en op geen van de dagen mag de maximumtemperatuur boven de +8°C uitkomen (dit heb ik teruggebracht van +10°C, dat was iets te veel). Op deze manier ontstaat een naar mijn idee redelijk goede selectie van periodes met winterse temperaturen.
Een volgende stap was om hetzelfde criterium toe te passen op de laatste koude periode van het winterseizoen, zodat je op deze manier een duur van het winterseizoen zou kunnen bepalen. Dit bleek echter geen goed resultaat te geven, omdat deze bepaling op geen enkele manier rekening houdt met wat er tussen het begin en het eind van de zo bepaalde winterseizoenen gebeurt. Deze resultaten zal ik op dit moment daarom nog niet publiceren.
Veel beter bleek het te functioneren om alle periodes in een winterseizoen die voldoen aan dit drie-daags criterium bij elkaar op te tellen. De sterkte daarvan is dat een winter met een aantal korte koude periodes een stuk lager gaat scoren dan een winter met één of twee langere koudeperiodes. De reden daarvoor is dat er per koude periode in de telling twee dagen af gaan. Immers pas na drie dagen noem je het 'winters', maar dat telt dan pas als de eerste dag. Dus vier periodes van precies drie dagen tellen maar als vier dagen, terwijl één periode van 12 dagen als 10 dagen telt. Dat komt veel beter overeen met de beleving van een winter die je (achteraf) hebt, dan wanneer je alle koude dagen op zou tellen.
Dit uitwerken kost echter nog wel wat meer tijd, en dat wordt vanwege mijn werk dan komend weekend. Wordt dus vervolgd!
Een kleine toevoeging: de afgelopen periode van 5 t/m 7 maart voldoet in De Bilt net niet aan dit criterium. De gemiddelde temperatuur lag met 2,4°C iets te hoog, en bovendien werd het op 5 maart 8,7°C. Zo kun je een idee krijgen waar de grens ongeveer ligt. Op andere plaatsen in Nederland zal deze net wèl bereikt zijn. Ik heb dus bewust gekozen voor een tamelijk slap criterium, om ook in zachte winters nog een kleine bijdrage te krijgen.