Je ziet dag 1 t/m dag 10. Ik pak voor deze getallen de pluimen van 00Z en 12Z. Dan werk ik de cijfers uit die ik haal van Wetterzentrale (4 meetpunten per etmaal; GFS) en van het KNMI (4 meetpunten per etmaal; ECMWF)
Daarna zet ik op een gegeven moment de daadwerkelijk gemeten temperaturen achter de verwachte waarde. Daarvan neem ik het absolute verschil. Ook weer 4 meetpunten en zo kom ik op een verwacht etmaalgemiddelde en een daadwerkelijk etmaalgemiddelde.
Stel de verwachting is 9,8 °C, en de uitkomst is 10,4 °C. Dan heb je een afwijking van 0,6 °C. Dit getal trek ik vervolgens van 10 af (maximaal mogelijke score) en kom ik uit op 9,4.
Goed te zien is natuurlijk dat de score afneemt met de tijd. Verderop in een ensemble zijn de uitkomsten minder betrouwbaar. De eerste 5 dagen scoren alle modellen heel goed, daarna neemt het af met de nadruk op dag 8,9 en 10. Maar dan zie je ook direct dat je dan beter naar de gemiddelden van een pluim kunt kijken dan naar de uitkomsten van een oper.
Quote selectie
.
( 481)
.
( 366)
.
( 229)
.
( 142)