Ik lees in het stukje van het knmi dat de buien groter worden en beter zijn geclusterd. Maar dat heeft vooral met meer beschikbaarheid van warmte te maken.
De dynamiek gaat er meer uit. De straalstroom wordt immers steeds zwakker (Polen warmen sneller op dan evenaar), terwijl dat wel een belangrijke factor is voor het creëren van dynamische situaties. Dus dan worden de situaties met koufrontaal onweer en squallines inderdaad minder en neemt de hoeveelheid warmteonweer toe. Dit type onweer is veel lokaler en de buien blijven vaak bij weinig stroming in de bovenlicht geclusterd op een plek hangen.
Quote selectie
( 488)