Zonaliteit vanuit het westen krijgt daardoor een kans, waardoor je risico loopt dat je aan de noordkant van het polaire front terecht komt. Dat betekent dat koelere lucht een grotere kans krijgt en de echte warmte ten zuidoosten langstrekt. Je ziet dat dit scenario ondersteuning krijgt in de pluim met tussen 11-14 mei een temperatuursdip met enige neerslag.
Na de 14e een grote amplitude omhoog (gemiddelde zelfs naar 25, dat is voor die termijn een enorme afwijking t.o.v. de klimatologie). In de pluim uit zich dat met in periode (A) (11 t/m 14 mei) een fase met koelere lucht in of ten noorden van het polaire front. Er is dan kans op neerslag, maar de hoeveelheden blijven beperkt. In periode (B) (15 t/m 20 mei) krijgt het subtropische hoog hernieuwde kans om zich over onze omgeving uit te breiden met mogelijke zomerse waarden als gevolg. Subsidentie onder het hoog doet dan de rest. Vraag is even hoe de setting precies wordt.