In de Kleine IJstijd waren er (natuurlijk) relatief veel koele zomers en tenzij ze droog waren (begin Gouden/17e Eeuw waren er relatief veel koele droge zomers) waren ze dan ook vaak somber.
De Grote Zomers zoals in de jaren 1473, 1540, 1556, 1666 (het Jaar waarin Londen afbrandde), 1684, 1781 etc. waren waarschijnlijk wel weer super zonnig (meer dan 800 zonuren, de extreemste zomers zoals Z1540 hadden misschien zelfs meer dan 900 zonuren).