Bij sommige waterhozen zien we dat een forse zuil water wordt opgezogen, maar nergens zien we enige beroering op het zeeoppervlak. Vooral bij de meest rechtse waterhoos is dat opvallend. Als hij zo ver weg is dat die beroering 'achter de horizon' valt, waarom is hij dan - als hij zich zo ver weg bevindt - tóch zo groot? Dan moet hij wel immens zijn...
Ook valt het mij op dat langs de hele overgang van het donkerblauwe zeeoppervlak met de horizon een zeer smalle lichte strook zichtbaar is, die overal even breed is. Dat alles maakt mij enigszins argwanend. Zijn hier niet twee totaal verschillende foto's tot één samengevoegd?
Quote selectie