Warmteperiode
Inmiddels al meer dan 10 jaar geleden heb ik mij bezig gehouden met de vraag: hoe kunnen we iets zeggen over een winter met behulp van het begrip vorstperiode, en hoe kunnen we iets zeggen over een zomer aan de hand van een tegenhanger daarvan; dat zou dan de warmteperiode moeten heten. In die tijd was de definitie van vorstperiode nog niet uitgekristalliseerd en het begrip warmteperiode bestond helemaal niet.
In die tijd heb ik met Folkert IJnsen, de bekende klimaatstatisticus, een paar keer mailcontact gehad hierover en ook over zijn werk op het gebied van koudegetal, koudesom, warmtegetal en warmtesom. (K, Ky, W en Wy).
Op het verdiepingsforum zal ik hierover uitgebreid berichten, met de geschiedenis en de achterliggende gedachten. Het resultaat was, dat ik de warmteperiode gedefinieerd heb als een periode van tenminste 5 aaneengesloten dagen met Tg>=18,0 met daarin minimaal 5 dagen met Tx>=25,0 (zomerse dagen). Zo hebben we dan voor de winter de vorstperiode en de koudegolf en voor de zomer de warmteperiode en de hittegolf. Het zal duidelijk zijn dat in het nieuwe klimaat de warmteperiode vaker voorkomt dan in het oude klimaat. Terwijl de vorstperiode juist op zijn retour is. Voor diegenen die de definitie niet scherp voor ogen hebben: een vorstperiode is een periode van tenminste 5 aaneengesloten Hellmandagen (Tg<0,0) met daarin een K>=16,0.
Met het begrip warmteperiode kunnen we toch nog iets zeggen over min of meer stabiele perioden van warm of zeer warm weer ook al is er geen hittegolf geweest. Sprekende voorbeelden daarvan zijn voor mij de beroemde warme en zeer droge zomer van 1959 en de als zeer warm ervaren zomer van 1969.
1959 met W=101 en 3 warmteperioden van resp. 6, 8 en 5 dagen. De laatste daarvan viel in september.
1969 met W=99 en 3 warmteperioden , waarvan vooral de langere periode van 20 juli t/m 6 augustus opviel. Ook hier viel de derde warmteperiode in september.
Van recenter datum hier een overzicht van de zomer van 2016, die ook geen hittegolf kende en een warmtegetal had van 114 en 4 warmteperioden
Veel zomers in het oude klimaat kenden geen warmteperiode: 54, 56, 60, 61, 62, 63, 65, 68, 74, 79. De laatste 20 jaar is een warmteperiode of meer warmteperioden standaard. Koele uitzondering is 2011 zonder warmteperiode.
Vandaag kwam De Bilt tot een warmteperiode door de derde zomerse dag in een periode van 7 warmtedagen (Tg>=18,0). Opvallend laat voor een zomer die tot nu toe vrij warm presteert; echter met veel wisselingen in temperatuur. (Ik moet erbij zeggen dat ik er blindelings van uit ga dat dit etmaal in De Bilt tot minimaal 18,0 komt. De gegevens zijn pas morgen definitief bekend.)
Ik kom hierop binnenkort terug met een uitgebreidere verantwoording en tevens bespreking van de begrippen Ky (koudesom volgens IJnsen) en Wy (warmtesom volgens IJnsen). De uitgebreide versie komt op het verdiepingsforum.
De temperatuurdata zijn die van De Bilt. Bron: KNMI
Andere bronnen
F.IJNSEN, Onderzoek naar het optreden van winterweer in Nederland, KNMI, W.R. 74-2, 1974,1981(2e druk)
F.IJNSEN, Koudegetallen en wintercijfers, ZENIT, februari 1988
Een paar tabellen van warmteperioden:
(Het meest wijst zich vanzelf. Wy is de warmtesom volgens IJnsen, een verfijning van de sommering van de warmte boven 18 graden. Zal ik later toelichten. Voor de liefhebbers de formule: dWy= 0,5*(Tx-18)2)/(Tx-Tn).)