Synoptisch zijn de modellen in grote lijnen bruikbaar, maar de precieze ligging van de occlusie en de trog die woensdag over ons land trekken zijn moeilijk in de modellen te volgen. Vandaag zorgde de hoogterug voor onderdrukking van de buien. Het wegtrekken hiervan en de passage van de occlusie en trog zorgen ervoor dat de buien vannacht en woensdag opleven. Donderdag zorgt de hoogterug in het oosten ervoor dat de buiigheid daar opnieuw onderdrukt wordt terwijl de occlusie langs de westkust blijft slepen. De precieze locatie en activiteit verschilt per model. Meeste en actiefste neerslag wordt bij de occlusie woensdag overdag berekend. Door de lage treksnelheid worden lokaal 24-uurs neerslagsommen berekend van meer dan 40 mm. Harmonie geeft dit vooral weer, maar een duidelijk gebied waar dit kan gebeuren is niet te zien. Als het in het (noord)oosten door opklaringen in de ochtend nog warm wordt (ca 27 graden) kan daar de convectie van de grond ontstaan. Aandachtspunt voor woensdag lijkt dus met name de hoeveelheid neerslag te worden. Ander aandachtspunt is ST op de Noordzee. Dit geeft HAP1 te veel. In de nacht naar donderdag en donderdagochtend is oost van de occlusie in de vochtige lucht ook boven land ST mogelijk. Dit geven alle modellen. EC geeft dan in het zuiden ook kans op mist en komende nacht geven alle modellen in het noorden van het land een mistsignaal, wat we meenemen in de verwachtingen.
Zie modelbeoordeling. Buien komen hoofdzakelijk niet van de grond maar ontstaan op hoogte. Neerslag bij occlusie is ook stratiform. CAPE neemt pas in de loop van woensdag weer toe naar 1000-2000 J/kg met de hoogste waarden in het (noord)oosten en daar schering van ca 20-25 knopen, enkele multicells zijn dan mogelijk. Daar zijn buien wel van de grond mogelijk. Uursommen van 20-40 mm zijn lokaal mogelijk. Lokaal zijn 24-uursommen van meer dan 40 mm mogelijk. KEPS geeft dit niet.