1. Dankzij de sterke windschering botst de wind op hoogte (1-3 km) tegen de achterkant van de buienwolk aan. De lucht hoopt zich hierbij op (hoge druk) en wordt daardoor naar beneden gedrukt. Deze neerwaartse luchtstroom wordt aan de grond omgezet in een horizontale luchtstroom. Dit is de bijdrage van windschering.
Aan de voorzijde van de bui, in de luwte, is er een luchttekort op enige hoogte (lage druk) en wordt de lucht in de onderste kilometers extra hard omhoog gezogen. Dit is zichtbaar in de vorm van een gelaagde rolwolk.
2. Dankzij de neerwaartse luchtstroom worden de hoge windsnelheden die er op enige hoogte zijn aan de grond gebracht. Dit is de bijdrage van de straalstroom.
3. De lucht op hoogte is droog waardoor er veel verdamping van neerslag plaatsvindt. De dalende lucht koelt af waardoor de luchtdichtheid toeneemt. Hierdoor wordt de daalstroom krachtiger. Dit is de bijdrage van verdamping.
4. Het gewicht van de neerslag drukt de lucht nog harder naar beneden en hierdoor wordt de daalstroom nog sterker. Dit is de bijdrage van neerslag.
Quote selectie