Rijden in de sneeuw vraagt veel concentratie. Je hebt slecht zicht en je moet je auto goed onder controle houden.
Let bij sneeuw en gladheid goed op wat er om je heen gebeurt. En doe vooral alles met beleid. Door rustig te rijden en goed te anticiperen kun je plotselinge bewegingen en dus slippen van je auto vaak al voorkomen.
Bij sneeuw en gladheid kan je remweg langer zijn. Houd daarom minstens 2x zoveel afstand dan je normaal zou doen. Mocht je ineens moeten remmen dan heeft je auto de tijd om op tijd tot stilstand te komen. Probeer ook zo vroeg mogelijk in te voegen.
Slippen je banden als je probeert op te trekken? Zet je auto dan in de 2e versnelling en probeer het nog een keer. Je kunt ook je stuur iets schuin weg sturen bij het wegrijden. Gaat de weg omhoog? Probeer dan in een hogere versnelling te rijden. Je auto houdt dan beter grip en je wielen spinnen minder snel.
Bij gladheid kun je soms beter hard remmen en soms juist niet. Hoe zit dat? Moet je in een bocht remmen? Laat dan al voor de bocht het gas los om vaart te minderen. Geef na de bocht pas weer gas. Gaat het toch niet goed en glijd je weg? Probeer kalm te blijven en gooi nooit ineens je stuur om. Hierdoor heb je de auto niet meer onder controle. Laat dus je auto glijden en draai je stuur rustig naar de juiste richting.
Moet je een noodstop maken? Trap dan tegelijkertijd hard op de rem en je koppeling. Het ABS (antiblokkeersysteem) van je auto zorgt ervoor dat je wielen niet ineens stil staan. Ga dus niet pompend remmen.