De modellen zijn ondanks de complexiteit van de komende 48u redelijk consistent en synoptisch goed bruikbaar. Belangrijkste aandachtspunten zijn [1] de lage bewolking tijdens de occlusie en front-passage, [2] de kans op evt. winterse neerslag en/of kans op gladheid tijdens/na de koufrontpassage komende nacht en [3] de kans op gladheid in de nacht naar zondag bij de hoogtetrog in het noordelijk kustgebied. [1] In de frontale vore waar (vocht)convergentie plaatsvindt trekt een gebied met lage St van NO naar ZW, zie bewolking. [2]. Komende nacht gaat de Tlucht na passage van het het front geleidelijk onder nul, evenals de Tweg in het noordoosten. Daarbij is het de vraag of er op dat moment nog natte weggedeelten zijn. Volgens het wegdekmodel zijn de wegen snel droog (lage Td, enige wind, warme ondergrond) maar dit blijft wel een aandachtspunt voor evt. bevriezingsgladheid op beschutte plaatsen. De koude lucht wint onderin terrein en komt uiteindelijk dichtbij het neerslaggebied van het front. Dit levert een smalle zone op waarin de neerslag een tijdelijk winters karakter (onderkoelde neerslag) kan hebben. H40 laat soms ook ijsregen zien in NESO, dit signaal komt door een teveel aan graupel in dit model en is onrealistisch. In H43 zit een aanpassing waardoor dit model beter zou moeten scoren op dit punt. Het signaal op deze neerslag is zo minimaal, kortdurend en vallend op een oppervlak met T>0, dat we dit niet opnemen in de verwachting. [3] Nabij de trog kan enige buiigheid het noordelijk kustgebied bereiken, terwijl de lucht- en weg-temperaturen onder nul zijn, aandachtspunt voor evt. neerslag op een bevroren ondergrond.