"De winter van 2005 verliep volgens de overlevering zeer zacht. In december kwakkelde het aanvankelijk echter nog wat getuige deze waarnemingen te Zwijndrecht:
"Het ys dat zigch vormde geduurende de voorbye naght lyckt weederom niet dick genoeg om net eene meerkoet den overgangh naar den overkanth te doen waaghen"
Later in de maand valt er ook nog wat sneeuw:
"Te Doetinghem eene witte weereld, hetgheen wy in maanden niet hebben aansgchouwd! De schneeuw is echgter van pappherighe qualiteit". Nog diezelfde dag wordt gewag gemaakt van dooitaferelen:
"Het kann in dit ende ditzelfden land nu nooit eensch een kheer fatshoenlyck wintheren!"
Januari brengt zeer zacht weer aanvankelijk.
"Het voorbye zagchte weer der laatsten daaghen heet den nathuur sichtbaar in den war ende kluts geraakt. Vooghels flierefluiten ende kweelen alsof het Juuni isch! Bloemhen loopen reedsch uit, zelfsch den crocussen koomen nuu al boven den grond uit!"
Ook de mens staat stil bij het zeer zachte weer:
"Den zuidwestelycken horror op den kaarthen lyckt niet wegh te slaan! Het gevreeschde Alpenhoogh doet weederom zeer van sigh spreecken. Ach ende wee!"
Later in de maand wordt het wat kouder, zonder winterweer. In februari wordt het geleidelijk kouder en lijkt de winter langzaam alsnog voet aan wal te krijgen.
"Vanuyt gansch Europa bereiycken onsch berigten van eene zo eene ondraaghlycke koude, dat zelfsch de wolven met knorrende maaghen slaapen gaan! In Zuyd-Duischland is het zoo koud dat geheele meeren evriezen ende veryzen, dat markten op het voormaalighe waater plaats kunnen ende zullen vinden! In de stadt München is zeekher veele jaaren noch zo eene hoeveelhyd schneeuw nogh niet gevallen! Somsch reikt den sneeuw tot aan den dakghooten lagerer wooningen!"
Ook in Nederland wordt het winterser.
"In Ouderkerck aan den Amschtel wordt gewagh gemaakt van 22 daaghen met sneeuwval op ene ry! Zelfsch tot aan Vlisschinghen vallen reeghelmaatig schneeuwvlokken, sommigen zelfsch hebbende eene afmeetingh ende groothe van wel twee duimhen dickte!"
In maart wordt de winter extremer getuige deze verklaringen:
"In Fryslan is de afgeloophen nachgt wel eene halve meeter schneeuw gevallen! Ook in Drenthe en Grunningnnn light den schneeuw veele enckelsch dik."
"Te Drieberghen-Rysshenburgh is het boschlandschgap omgetooverd tot eene paradys van witthe praght, hetgheene wy zelden nog mochgten aanschgouwen ende aanzyen!"
In het zuiden lag de sneeuw duidelijk minder dik:
"Ach ende whee! Te Trigcht aan den Maas isch het weer kuth met pheeren..zelfsch een vlieschje van schneeuw wordt onsch niet geghund..."
Ook is het in de nacht naar 4 maqart zeer koud:
"De temperathuur is gedaald naar zulcks een waardhen, dat buytenkoomhen haascht ondenckbaar isch! In Ackmaryp schgynen waaterleidinghen bevrooren te zyn door den fellen koude.
De lente valt echter snel in. Maart verloopt zeldzaam lenteachtig:
"Zo koudt ende with wasch het landschgap slechtghts drie weekhen gelee, nu darthelen de lammetjesch reedsch vroolyck door den weiden by eene verkwickende briesch en zachgte temperatuurhen!"
Het lenteweer duurt de gehele aprilmaand voort. Het late voorjaar verloopt minder zonnig en de zomer begint zelfs aan de koele lant!
Te Leiden schijnt het zelfs bijna winters te zijn geweest:
"Och wee en belagh mijnhe heeren! Wanneer houdt deeze zoo scherpe ende snerphende wind op? De temperatuuren zijn snydend koud alsch in den winther, kindheren moeten gekleedt gaan in wercklyk zheer winterschen kleedy, opdat zy niet bevryzhen zouden!"
In de rest van het land lijkt de kou mee te vallen. Halverwege de maand wordt het plotsklaps zomers:
"De ommekheer in ongekhend! Gisteren vielen vrywell alle mhussen dhood als eene pier van het dack! De soort moeth schyr uitgestorven zijn..."
"Den zoomher is gekoomen ende lyckt ons land nyet te verlaathen! Ach ende whee! Ick ga deezen vackantie uitkyken naar eene vacantyhuys te Dublin!"
Tot zover het eerste deel van het jaar 2005...
Quote selectie