Aangezien ik mijn tijd zelf kan indelen, ben ik op de fiets gestapt vanuit Maastricht-centrum en ijskoude ijsregen kwelde mijn gezicht, terwijl er nergens sneeuw zichtbaar was. Eenmaal in de meest oostelijke buitenwijk die een meter of 15 hoger ligt, zag ik wat sneeuwprutjes op heggen en grasvelden. Toen wachtte mij een behoorlijke klim naar Cadier en Keer die ik normaliter fluitend opfiets, maar door omstandigheden heb ik al een paar maanden niet getraind, dus dat was wel afzien. Het was aan de andere kant ook heerlijk, omdat de ijzige regen mijn gezicht geselde en mijn longen in brand stonden. Ik hou ervan.
Eenmaal halverwege de berg (heuvel), veranderde de structuur van de neerslag in natte sneeuw en werd het landschap wat witter. Eenmaal boven het fietsje geparkeerd en ik zag de typische structuur van kleine droge sneeuw. Die bleef niet liggen op de straten zelf, maar wel op alle flora, auto's en daken. Dat maakt het voldoende voor het droge sneeuw-criterium in mijn optiek.
Ik heb een uurtje rondom het dorp gelopen, met aan de ene kant huizen en aan de andere kant weilanden. Hier deed de neerslag geen pijn aan mijn gezicht, maar voelde het als een donsdekentje. Gecombineerd met de donkere, grijze, mistige lucht gaf dat het typische sneeuwdag-aangezicht. Ik genoot met volle teugen en kon de glimlach nauwelijks wegkrijgen dat uur lang. Toen weer terug naar de fiets, startende met droge sneeuw, en exact het patroon van de heenweg maar dan omgekeerd volgende. Eenmaal weer in het dal deed mijn gezicht weer pijn, maar de herinneringen en de strijd met de elementen lieten me nog immer genieten!