Dit op verzoek. Boven: de rangschikking volgens het Hellmanngetal en daaronder volgens de vorstsom. Daarbij nog enkele opmerkingen:
In sommige jaren is het Hellmanngetal tot op 0,05 gegeven. Dat stamt nog uit de tijd dat ik (vrij onnauwkeurig, maar je moet roeien met de riemen die je hebt) de gemiddelde etmaaltemperatuur bepaalde door de Tmax en Tmin van die dag op te tellen en door 2 te delen. Sinds ik de NetAtmo heb, is dat verleden tijd, en bepaal ik de gemiddelde etmaaltemperatuur door middeling van twaalf 2-uurlijkse temperaturen.
Het getal tussen haakjes bij het aantal vorstdagen, toont het totaal als ook de vorstdagen vóór 1 nov en ná 31 maart worden meegeteld. Bij 2022 moet daar dus 23 (23) staan.
Omdat ik voorheen (dit volgens de weeramateur afspraken) de temperaturen van 18-18 UTC mat, staat, voor de jaren 2014 t/m 2017, bij het getal bij de ijsdagen tussen haakje het aantal ijsdagen van 0 t/m 24 uur, volgens de NetAtmo metingen. Die zijn sinds 2018 de norm geworden.
En ik meet dus NIET zoals het KNMI van 1 tot 1 uur in de wintertijd en van 2 tot 2 uur in de zomertijd. Aan die onzin doe ik dus niet mee. Overal ter wereld eindigt het etmaal één seconde na 23u59m59s plaatselijke tijd en dus ook voor mij.