... meer staat niet online.
'Gebouwen niet berekend op superstorm'
Door onze verslaggever
ELST/DE BILT - Een orkaan als Dennis, die enorme verwoestingen aanricht in het Caribisch gebied en Amerika: het lijkt een ver - van - ons - bed - probleem. Of toch niet? Het KNMI wil diepgaand onderzoek naar superstormen.
"Bij de bouw in Nederland wordt momenteel gerekend op windstromen met vlaagsnelheden tot circa 120 tot 130 kilometer per uur. Het is een veilige norm", schetst raadgevend ingenieur Antoon de Boer van het landelijk werkende ingenieursbureau Bartels in Elst.
"Maar de grens van belastbaarheid is snel bereikt als alleen al de windsnelheid (gemiddeld per uur) 22 procent hoger komt te liggen, dan waar we tot dusver rekening mee houden. Als zich nu een superstorm zou voordoen, hebben we een serieus probleem."
Het inspelen op de te verwachten superstormen is, aldus De Boer, een complexe zaak. Want waar moet je bij bouwconstructies rekening mee houden? Met hogere windsnelheden, de duur van de windbelasting (winddruk) of zijn er nog andere onbekende factoren?
De Boer: "Misschien gedragen deze superstormen zich wel anders dan de stormen waarop onze normen nu zijn gebaseerd. We weten het niet. Hierop zullen we een antwoord moeten zien te vinden. We kunnen niet achterover leunen en wachten op de ontwikkelingen die mogelijkerwijs op ons afkomen".
Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu erkent de geschetste problematiek. Het departement heeft zeer recentelijk opdracht gegeven voor het grootschalig onderzoeksprogramma Klimaat voor ruimte. Onder verantwoordelijkheid van de universiteiten in Wageningen en Amsterdam (VU) is inmiddels een samenwerkingsverband opgezet van overheden, bedrijfsleven en wetenschap.
Een kernvraag is hoe de inrichting van Nederland kan worden afgestemd op de gevolgen van een verwachte klimaatverandering: hogere temperaturen, meer regen, extreme winden en stormvloeden. Het gaat dan onder andere om de verhoogde kans op zeespiegelstijging, hoog water- problematiek in de rivieren en superstormen. Ook sectoren als landbouw, natuurbeheer, woningbouw en transport gaan momenteel na hoe ze op termijn op deze problematiek kunnen inspelen. Voor het KNMI is de komende jaren in dit verband als onderzoeks- en kennisinstituut een hoofdrol weggelegd. Het weerinstituut komt in 2006 met nieuwe scenario's ofwel toekomstverwachtingen. Het doel is met gezag een beeld te schetsen van de te verwachten ontwikkelingen, zoals temperatuurstijging, toename van neerslag en superstormen.
Quote selectie