A. Een decembermaand a la 2010, maar een januari en februari die weinig tot geen winterweer opleveren.
B. Een februarimaand a la 1956, maar een december en januari die weinig tot geen winterweer opleveren.
C. Drie winterprikjes van alle drie ca. een anderhalve week lang, in elke wintermaand één. Overdag rond nul graden, 's nachts vorst. Elke dag wat sneeuwkansjes. De overige tijd rond de normaal, geen extreme zachte periodes of dagenlang in de dubbele cijfers.
Ikzelf zou voor optie A gaan, want een hele december gevuld met sneeuw is toch wel ultiem als geen schaatser zijnde
. Met een Witte Kerst en jaarwisseling als kers(t) op de taart.
1956, zelf meegemaakt, is voor mij de moeder van alle wintermaanden met extreem laag maandgemiddelde.
Daar zat echt alles in : extreme transportkou, schaatsen, bakken sneeuw, schitterend stralend winterweer, met veel dagen met zeer strenge vorst. Extreme temperaturen ook, zowel Tg tot -14 ((DeBilt) als Tn tot -27 (Uithuizermeden)
. Met een Witte Kerst en jaarwisseling als kers(t) op de taart.