Gisteren had ik een discussie over of bepaalde patronen waarin afwijkingen zich voordoen ervoor kunnen zorgen dat een aantal zeer warme of juist erg koude dagen niet terugkomen in de weekgemiddelde temperatuurafwijkingen zoals EC46 die toont. Ik had het over twee specifieke situaties:
Ik heb zojuist even een paar voorbeelden gezocht voor beide situaties, om te illustreren dat weekgemiddelde (temperatuur)afwijkingen zoals we die van EC46 niet altijd alles zeggen. Een goed voorbeeld kwam eerder deze maand voor.
In de (kalender)week van 4 t/m 10 december lag de weekgemiddelde temperatuurafwijking in De Bilt op -0,3°C. De eerste vier dagen van de kalenderweek – dus van maandag t/m donderdag – lag de gemiddelde temperatuur dagelijks 2 tot 5 graden onder normaal. De laatste drie dagen van de kalenderweek verliepen echter een stuk zachter, met een afwijking van +6,3 graden op zondag (een zeer zachte dag dus).
Op basis van de (kalender)week gemiddelde temperatuurafwijking (-0,3°C) zou je dus een vrij normale week qua temperatuur verwachten, voor de week van 4 t/m 10 december betekent dat een gemiddelde temperatuur rond 4 à 5 graden. Echter kwam het in die week op drie dagen tot een maximumtemperatuur van lager dan 3°C en één dag kwam het zelfs bijna tot een Hellmannpunt (Tg van +0,3°C op 7 december). Aan het einde van de week kwam het juist tot erg hoge temperaturen, met in het weekend maximumtemperaturen van boven de 11°C.

Vorig jaar bedroeg de weekgemiddelde temperatuurafwijking in De Bilt van 14 t/m 20 november -0,2°C. Echter was er in die kalenderweek weldegelijk een korte – maar voor de tijd van het jaar – felle koudeprik. Een groot deel van de week was het behoorlijk zacht met van dinsdag t/m vrijdag maximumtemperaturen tussen 10 en 13 graden. In het weekend viel daarentegen kort (zeer) koude lucht binnen, met twee keer matige vorst en zelfs een minimumtemperatuur van -7,0 graden. Het was sinds 1983 niet zo vroeg in het winterhalfjaar zo koud geworden in De Bilt.
Dit was nog zo’n voorbeeld waarbij het tot één of twee erg koude dagen is gekomen, iets dat je niet direct zou verwachten bij een weekgemiddelde temperatuurafwijking die neutraal is. Dit bevestigt ook mijn punt, namelijk dat je ook bij een gemiddeld licht negatieve temperatuurafwijking – zoals nu door EC46 (gemiddeld) wordt verwacht voor de week van 8 t/m 14 januari – er best één of twee echt koude dagen tussen kunnen zitten, met zelfs temperaturen overdag onder nul. Als het na die paar koude dagen namelijk weer flink zacht wordt, kan die sterk negatieve anomalie in dezelfde kalenderweek namelijk ‘ongedaan’ worden gemaakt. Dat is niet iets dat je uit EC46 kan halen en je kan dus ook niet concluderen dat er bij een weekgemiddelde afwijking van -2 graden in januari géén ijsdagen of Hellmannpunten mogelijk zijn.

En dan is er ook nog de situatie die ik benoemde waarbij er over een aaneengesloten periode van 6 à 7 dagen een behoorlijke anomalie aanwezig kan zijn, maar omdat deze niet ‘mooi’ binnen één kalender weer past de intensiteit van de anomalie niet goed zou worden weergegeven door gemiddelde temperatuurafwijkingen per kalenderweek. Een goed voorbeeld hiervan is de periode eind mei en begin juni 2022. Voor de weken van 23 – 29 mei en 30 mei – 5 juni lagen de weekgemiddelde afwijkingen op respectievelijk -1,1°C en -1,2°C. Als je kijkt naar periodes van 7 dagen (wat een kalenderweek natuurlijk is) zou je dus hooguit licht negatieve afwijkingen verwachten. Echter, de 7-daagse periode van 27 mei t/m 2 juni leverde een gemiddelde afwijking van -3,0°C op in De Bilt. Een heel andere intensiteit dan de negatieve afwijkingen als de (kalender)weekgemiddelden toonden.
Hoe kwam dat? De periode van 27 mei t/m 2 juni liep van vrijdag tot en met donderdag. Drie van de dagen in die frisse periode lagen dus in de kalenderweek van 23 – 29 mei terecht en vier ervan in de kalenderweek 30 mei – 5 juni. Dat is dus nog een reden waarom de gemiddelde afwijkingen per kalenderweek zoals we die zien bij de kaarten van EC46 niet altijd alles zeggen; het lopend 7-daags gemiddelde kan veel meer uitgesproken zijn dan de afwijking per kalenderweek wanneer de koude 'week' bijvoorbeeld van vrijdag t/m donderdag loopt.
