1. We zijn een sociaal dier en hebben elkaar nodig om ons te kunnen ontplooien. U bent afhankelijk van uw medemens. Zonder de anderen kunt u niet overleven.
2. Elk mens heeft een eigen levensgeschiedenis en een eigen karakter. Dat bepaalt de redenen waarom hij doet wat hij doet. Misschien dat u zich minder zou ergeren als u wist waarom iemand doet wat hij doet. Probeer zijn motieven te achterhalen.
3. Mensen doen wat ze doen, omdat ze denken dat het goed is wat ze doen. Zelfs de meest verschrikkelijke dingen worden gedaan door mensen die er van overtuigd zijn dat ze iets goeds doen.
4. Weet u trouwens wel zeker dat ze een fout maken? Misschien bent u niet goed geïnformeerd en is het voor u zo ergerlijke gedrag gewoon een heel rationele reactie.
5. Ook u bent niet onfeilbaar en maakt fouten. Waarschijnlijk bent u zelf ook een bron van ergernis voor andere mensen.
6. Is al die ergernis wel de moeite waard. Een mensenleven is kort. U kunt uw tijd wel beter gebruiken.
7. Het is niet het gedrag van anderen dat tot ergernis leidt, maar uw mening over de ergerlijkheid van het gedrag. Over het gedrag van anderen hebt u geen controle, maar over uw mening wel.
8. Wat is er nu echt gebeurd? Is het werkelijk zo erg? Bedenk dat uw woede en verdriet u waarschijnlijk veel meer schade toebrengen dan het door u zo verfoeide gedrag zelf.
9. Als iemand u ten onrechte irriteert, moet u proberen hem van zijn vergissing bewust te maken. Zorg er echter voor dat u dat op een vriendelijke manier doet, zonder ironisch of hooghartig te worden.