Gisteren was de lucht onstabiel en dan de daalt de temperatuur snel met de hoogte, van 0 graden aan de grond tot plaatselijk -14 op 1500m hoogte. Bij daling warmt een luchtdeel -droog- met 1°C/100 m op. Vanaf 1500m tot de grond is dat dan -14 + 1 x 15 = +1 graden. Uitstraling boven in de wolkenlaag heeft die lage temperatuur daar mede mogelijk gemaakt. Met de opklaringen kwam er gistermiddag ook minder koude lucht binnen op die hoogte maar beneden 1 km koudere.
De nachtelijke menging komt door turbulentie die met de hoogte afneemt. Alleen bij storm, in een neutrale atmosfeer, reikt die turbulentie tot het 850 hPa-vlak. Bij een matige wind in een licht stabiele atmosfeer, zoals vannacht is die menglaag 300-500 m dik maar in een stille stralingsnachts soms nog geen 50 m. Dat is de laag waarin de nachtelijks afkoeling wordt opgebouwd. Dus temperatuur op 1,5 km hoogte maakt niet uit maar het maakt nog wel groot verschil of de menglaag 50 of 300 m dik is.
Overigens denk ik dat het vele vocht en warmte in de bodem ook parten speelt.