De grijze meuk. Soepkippenweer. Ellende ohne ende. Vlees noch Visch. De zes maanden durende herfst is weer begonnen. De rest van de winter kunnen we wel afschrijven. Het was niks, het is niks en het zal niks worden. Ut word nix.
Deze kreten heb ik al veel gehoord deze winter, en toch hebben we winter gehad afgelopen week. En ja, zelfs toen donderdag de wolken kwamen, en de temperatuur boven nul gong heb ik van deze kreten gehoord. Maar wat hoort er nu meer bij winter dan dooi? Timing was goed. Smeltende ijsplaten in de uiterwaarden met water op het ijs maakte geweldige platen. En ja, dan kan ik de dooi mooi vinden. De charmes van dooi op foto's.
[
Toen de winter ons verscheen
't IJs en de kou deden ons deugd
De zon en 't schaatsen bracht vreugd
Doch die tijd verdween, 't ijs was verleên
De warmte kwam, zogeheten dooi
Water op 't ijs, 't werd broos
Verdriet, de mensen werden boos
De kou weg, herfst terug, nutteloos
En ik? Ik genoot van de smeltende 'zooi'