Een historische Elfstedentocht op 18 januari 1963 met meer gewonden dan personen die de tocht volbrachten. Met meer uitvallers dan ooit; al moet gezegd worden dat velen uitvielen omdat ze van het ijs gehaald werden, op een moment dat uitrijden onmogelijk geworden was. Erkend als de meest barre tocht uit de geschiedenis. Met slechts 10% wedstrijdrijders die op tijd de tocht volbrachten en minder dan 1% van de toerrijders die het kruisje haalden.
Het was de combinatie van vorst met wind, als gevolg daarvan veel stuifsneeuw, en daarbij ijs dat bij voorbaat al gekenschetst werd als zeer slecht. Het barre weer was ook anders dan het KNMI voorzag: de harde wind in de middag en avond had niet in de verwachting gezeten. De ontwikkelingen zijn goed te zien op de weerkaarten onderaan.
Hieronder een fragment uit de artikelen die ik in Weerspiegel, het blad van de VWK, heb gepubliceerd over de winter van 63. Meer lezen? Wordt lid van de VWK, want de artikelen zijn voor leden nog steeds terug te vinden op de site: VWK
Mocht deze tocht wel gehouden worden?
Vrijdag 18 januari, vroeg in de ochtend, één van de koudste dagen van de winter van 1963. De grote dag van de Tocht der Tochten begint in het hele land met strenge tot zeer strenge vorst bij weinig bewolking en vrijwel geen wind. De afwezigheid van wind is misleidend, alsof de winter het rustiger aan gaat doen. De temperaturen liggen in het zuiden van Friesland omstreeks -20 met Joure -20,8 als minimum. In Leeuwarden is het dan ongeveer -17. Elders in het land is het nauwelijks anders met bijvoorbeeld -13 in Vlissingen en -16 in Rotterdam. Barre kou dus maar de elfstedenrijders zijn erop voorbereid. Strenge tot zeer strenge vorst kende men immers al van deze winter. De misleidende windstilte wordt veroorzaakt door een kleine storing, die we al op 17 januari de weerkaart zagen sieren. En om alles in perspectief te plaatsen: deze storing ging mee in een omgekeerde straalstroom, vanuit de Baltische Staten in de richting van ons land. Voor de storing uit werd het windveld sterk verzwakt. We zien de situatie op de weerkaart van 18 januari 1963 om 1 uur (Afb. 1). In De Bilt valt om 4 uur de wind weg. Op het naderen van de storing draait de wind, zij het uiterst zwak, in Leeuwarden naar west.
Het weer leverde de grootst mogelijke uitdaging voor de deelnemers aan en de organisatie van de twaalfde editie van de Elfstedentocht op 18 januari 1963. Er zijn boeken over volgeschreven, niet in het minst omdat het e?e?n van de zwaarste, zo niet de zwaarste, van alle Elfstedentochten is geweest (Zie kader: Barre tochten). Voor mij als 16-jarige plezierschaatser op Friese doorlopers scheen de Elfstedentocht sowieso al een monstertocht voor heel sterke schaatsers. Een beeld overigens dat in de jaren 80 wel grondig werd bijgesteld. Bij voorbaat was die tocht voor mij al een onmogelijke opgave en de bewondering voor die mannen die de tocht in een uur of 11 a? 12 volbrachten was groot. Wat zich in de rest van de grote groep schaatsers afspeelde is mij in eerste instantie ontgaan.
Deze dag heet wel de koudste dag van de winter zijn geweest. Inderdaad werd op die ochtend de laagste waarde van de winter gemeten bij windstil weer: -20,3 in Soesterberg en -20,8 in Joure. Was het de koudste dag? Het is maar hoe je het bekijkt en het behoeft niet overdreven te worden om toch grote indruk te maken. Het verhaal dat er een harde wind bij -18 zou hebben gestaan circuleert nog steeds op diverse plaatsen, maar dat is een stap te ver. De werkelijkheid is dat de temperatuur in Friesland na een uiterst koude nacht, met minima tussen -17 en -20 bij vrijwel windstilte, overdag niet extreem laag geweest is. Wat temperatuur betreft zijn er koudere dagen geweest in 1963. Ook was de temperatuur in Zuid Limburg op 18 januari lager dan in Leeuwarden. In Maastricht was het minimum in de ochtend -18,0 en het maximum -10,4.
Het was vooral de wind die het winterweer extreem moeilijk maakte voor de schaatsers. In Leeuwarden liep het kwik in de ochtend eerst op tot -4. Vanaf 10 uur ging het naar beneden tot -10 rond middernacht. De wind wakkerde daarbij aan van kracht 3 om 10 uur tot kracht 5 en tijdelijk 6 in de middag en avond. Dat betekent dat de eerste uren van de tocht extreem koud geweest zijn. In Leeuwarden was het zo’n 17 graden onder 0 terwijl elders in de provincie -20 is gemeten. Op weg zullen de wedstrijdrijders in -18 tot -20 hebben gereden tussen 6 en 8 uur. Beelden van schaatsers van die eerste uren laten wit berijpte kleding zien; heel verklaarbaar uit rustige, nevelige omstandigheden met snel bevriezend vocht van uitgeademde lucht.
In de middag en avond stapelden de problemen voor de rijders zich op. Het werd steeds kouder en de wind, veelal als tegenwind, werd krachtiger waardoor bovendien de banen dicht stoven met stuifsneeuw. En niet te vergeten: dat alles op doorgaans zeer slecht ijs. Wie een achterstand had, zag deze door de verslechterende omstandigheden steeds verder oplopen. Om 17 uur werden de meeste deelnemers door de organisatie, in samenwerking met de politie, van het ijs gehaald omdat de finish niet meer haalbaar was en het risico op ongelukken te groot werd. Onnodig te zeggen dat artsen en EHBO-ers langs de route handenvol werk hadden aan botbreuken, wonden en bevroren ogen en tenen (Zie kader: Van het oorlogsfront).
----------------------
Van het oorlogsfront
Er zijn allerlei bijzondere verhalen opgetekend van de gebeurtenissen tijdens en rondom de elfstedentocht van 1963. In het boek “De mannen van 63” staan de verhalen van toerrijders. Wat een toerrijder die opgaf meemaakte las ik in het boek “It sil heve” over 100 jaar Elfstedentocht. Het gaat om Henk Woudstra uit Akkrum. Als dienstplichtig militair kon hij na een strenge selectie aan de tocht deelnemen. Al vroeg verloor hij tijd door hulp te bieden aan een vriend die een arm had gebroken. In Stavoren sloeg hij de raad om te stoppen nog in de wind. Bij Hindeloopen begon hij te rekenen en zag in dat hij de resterende 120 kilometer nooit op tijd zou kunnen volbrengen. Hij besloot omstreeks 15 uur de trein naar Leeuwarden te nemen. De kaartjes, toen nog voorbedrukte harde kartonnen kaartjes van 2 bij 5 cm, waren uitverkocht door de enorme drukte van deelnemers die daar hadden opgegeven. Geen nood, men schreef met de hand een biljet uit en zette daar een stempel op. Nu kwam de volgende hindernis: de treinen vanuit Stavoren naar Leeuwarden waren afgeladen vol en instappen was praktisch onmogelijk. De stationschef adviseerde hem de vrijwel lege trein naar Stavoren te nemen en dan te blijven zitten voor de terugreis naar Leeuwarden. Dat advies volgde hij op en kwam kort daarna in Stavoren aan. Hij schrok van het bizarre schouwspel dat hij daar zag: veel mannen in verband, hoofd en ledenmaten soms onder het bloed, vechten om een plaats in de trein. Het waren afschrikwekkende beelden die hem deden denken aan een massa oorlogsgewonden die terug kwamen van het front. Hij prees zichzelf gelukkig dat hij heelhuids uit de strijd was gekomen.
--------------------------
Niet meer dan 10% van de wedstrijdrijders kwam binnen twee uur na de winnaar binnen. Van de 9.294 toerrijders kwamen er slechts 69 over de finish. De omstandigheden waren zo uitzonderlijk zwaar, dat Jeen van den Berg achteraf meende dat de tocht op die dag niet gehouden had mogen worden. Zelf werd hij geteisterd door valpartijen en sneeuwblindheid; hij kwam als derde binnen achter de glorieuze winnaar, Reinier Paping, op 24 minuten. Nooit was de tocht zo zwaar en nooit was het percentage uitvallers zo groot geweest. En dat alles door een kleine storing uit ongebruikelijke richting en onverwachte luchtdrukveranderingen waardoor iedereen verrast werd. Ik ben ervan overtuigd dat deze ontwikkeling met de huidige verwachtingstechnieken een dag van tevoren was gezien. Of dat drie dagen vooruit ook goed gelukt zou zijn, betwijfel ik.
Hier onder de weerkaarten van 1 uur op 18-1 en 's middags om 13 uur op 18-1
