Hoe warmer het hoog in alle geledingen, hoe stabieler. Hoogtekou leidt tot depressies en die reageren met elkaar. Atlantische warme lagen zijn magneten voor de hoogtekou. Hierdoor diepen ze verder uit en gaan ze zich bemoeien met het weer boven Europa. Dat is de afgelopen dagen gebeurd en gaat de komende dagen verder. Dat was vroeger niet anders. Maar toen was alles net een graad of twee kouder, wat soms een wereld van verschil uitmaakt. Bij de luchtmassagrens heb ik 10 uur water zien gieten bij een temperatuur van 0,5 °C boven nul. Zonder klimaatopwarming had ik misschien ook wel nog regen gehad, maar dan wel bij negatieve temperaturen en zou een deel van de regen ook nog als sneeuw naar beneden zijn gekomen. Dan had ik in plaats van de schamele 5 cm er eerder 15/20 gehad.
In een grote winter gaan we in Ukkel in de richting van 60 Helmandagen. Als je bij elk van die dagen 2 graden klimaatopwarming optelt, verlies je, schat ik, toch tussen de 80 en 1OO Helmannen. Een winter als 1963 komt nu in Ukkel zeker niet meer boven de 200 Helmannen uit. Ik denk echter dat er nog extra versterkend effecten zijn. Omdat we soms sneeuw net op een graadje af rateren, zijn de dagen erop ook meteen een stuk zachter dan wanneer er wel sneeuw zou hebben gelegen. In de brongebieden is het verlies aan koude nog extremer dan hier. Dus lucht komt niet 2 graden warmer, maar mischien al wel drie to vier graden warmer aan dan vroeger uit eenzelfde synoptische situatie.
Daarnaast wordt het aantal gunstige synoptische situaties minder. Door de klimaatopwarming wordt de stratosfeer in de winter kouder (de warmte blijft gevangen in de onderste lagen van de atmosfeer). Dit leidt tot een versterkte westdrift. Gekoppeld aan een naar het noorden verschuivende frotaalzone (die wordt bepaald op het 500 hpa vlak), is het lastiger om de polaire luchtmassa's tot in de gematigde breedtes te krijgen.
mvg,
Dieter