Begrijp jij het nog?
Scherpe kritiek op verbranden ‘klimaatneutrale’ biomassa: ‘Doorgaan is echt dramatisch’
Duurzaam beheer van bossen lost het klimaatprobleem van biomassaverbranding niet op. Of houtpellets een duurzaamheidscertificaat dragen of niet: bij het opstoken ervan duurt het tientallen jaren tot misschien wel eeuwen voordat de CO2 uit de verbrande bomen weer in nieuw bos is opgenomen.
Dat stelde de Amerikaanse wetenschapper Tim Searchinger van de vooraanstaande Princeton Universiteit onlangs in de Tweede Kamer tijdens een rondetafelgesprek over biomassa. Searchinger is ook technisch directeur voor landbouw, bosbouw en ecosystemen bij het World Resources Institute (WRI), een internationale milieudenktank. “In de strijd tegen klimaatverandering kunnen we ons die extra CO2-uitstoot niet veroorloven,” stelde Searchinger. Met andere woorden: stop met alle biomassaverbranding.
De Amerikaanse bijdrage is opvallend, omdat het scherpe kritiek betekent op de Europese Commissie en op D66-minister Rob Jetten (Klimaat). Zowel Brussel als Den Haag zien in een goede certificering juist een geitenpaadje om toch op duurzame wijze biomassa te blijven gebruiken. De oorlog in Oekraïne heeft die Brusselse wens nog eens extra vergroot.
De Europese energiezekerheid is zo belangrijk dat eurocommissaris Frans Timmermans het gebruik van biomassa opnieuw als klimaatneutraal heeft benoemd. Dat gebeurde vorig jaar in een herziene richtlijn voor hernieuwbare energie. Voorwaarde is wel dat het systeem van certificering van gebruikte bossen op orde is.
Ook minister Jetten stelt in een brief aan de Tweede Kamer dat hij wil inhaken op deze internationale certificering en dat die ook zal gelden voor Nederlandse verstokers van biomassa.
Maar biomassa is niet klimaatneutraal, benadrukt Searchinger. Ook niet als bossen duurzaam worden beheerd. Koepels van Europese en Nederlandse wetenschappers hebben hier ook al op gewezen.
Het subsidiëren van biomassa als CO2-neutrale brandstof heeft in Nederland geleid tot meer dan tweehonderd grote en kleinere biomassacentrales. De grootste hoeveelheid houtpellets wordt verbrand als bijstook in kolencentrales. Nederland is een van de grootste verbruikers van biomassa en zelfs de grootste Europese importeur van houtpellets uit de Verenigde Staten.
Een groeiende afkeer van het verbranden van bossen stuwde de kritiek op het Nederlandse subsidiebeleid, waarmee miljarden euro’s zijn gemoeid. Wetenschappers, bezorgde burgers maar vooral organisaties zoals Comité Schone Lucht zorgden voor politieke druk in Den Haag. Niet alleen vanwege het klimaateffect, maar ook doordat de houtkap de biodiversiteit aantast en het verbranden van hout vervuiling door stikstof en fijnstof veroorzaakt.
Minister Jetten kwam vorig jaar deels tegemoet aan de kritiek. Hij kondigde aan voor nieuwe projecten geen subsidies meer toe te zeggen. Maar aan lopende toekenningen, die nog vele jaren duren, wilde hij niet tornen. Dat Jetten nu de nieuwe Europese certificeringsplannen omarmt, vindt Fenna Swart, voorzitter van Comité Schone Lucht (CSL), verbijsterend. “Certificering is niets anders dan greenwashing van biomassaverbranding,” zegt ze.
Swart is niet te spreken over de import van houtpellets uit het zuidoosten van de Verenigde Staten. De pellets worden gemaakt uit de ‘kaalkap van hardhoutbossen met een grote biodiversiteit’, aldus Swart. “Zonder rekening te houden met lokale gemeenschappen, wilde dieren of het klimaat. Het is de hoogste tijd dat Nederlandse beleidsmakers stoppen met de schertsvertoning om te doen alsof die praktijken op enigerlei wijze voldoen aan de Nederlandse duurzaamheidsnormen.”
Samen met internationale milieuorganisaties stuurde CSL een brandbrief aan de Tweede Kamer. Het debat in de Kamer zou volgens hen niet moeten gaan over strengere certificering, en wat dan allemaal nog mogelijk is, maar over het stopzetten van alle uitstaande biomassasubsidies.
Swart: “Nieuwe biomassasubsidies zijn al gestopt, nu de bestaande subsidies nog. Verbranden van hout levert 16 procent meer CO2 dan steenkool en 94 procent meer dan gas. Nederlandse politici moeten een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld.”
Energieprofessor David Smeulders van de TU Eindhoven is evenmin voorstander van de Brusselse lijn om biomassa te blijven subsidiëren. Hij gelooft niet in een waterdichte certificering. “Het grote probleem is dat derde partijen dit moeten gaan doen. En door wie worden zij betaald? Door de industrie.” Dat is vragen om problemen, vreest Smeulders.
De professor begrijpt overigens best dat het wegvallen van Russisch gas voor een zoektocht naar alternatieve energiebronnen zorgt. Smeulders: “Kies dan bijvoorbeeld voor meer kernenergie. Doorgaan met bomenverbranding is echt dramatisch. Daar hoef je geen wetenschapper voor te zijn: met een beetje boerenverstand begrijp je dat we voor het opslaan van CO2 elke boom hard nodig hebben.”
Uit de brief van minister Jetten blijkt echter dat hij de deur open wil houden voor biomassa. Sinds die laatste term zo’n negatieve bijklank heeft gekregen, gebruikt het ministerie overigens de term biogrondstoffen. “Het kabinet is ervan overtuigd dat in de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire economie in 2050 een belangrijke rol is weggelegd voor duurzame biogrondstoffen,” stelt Jetten.
De bewindsman wil een nieuwe adviescommissie die erop toeziet dat de scheepsladingen vol versnipperde bossen voldoen aan nieuwe duurzaamheidscriteria. Het is volgens hem nog steeds mogelijk biomassa duurzaam te produceren, zonder ‘uitputting van de bodem, verontreiniging van grondwater en oppervlaktewater, aantasting van biodiversiteit en luchtvervuiling’.
Na de hoorzitting van zal de Tweede Kamer zelf moeten bepalen of zij de minister daarin steunt. Volgens onderzoeker Searchinger is dat onverstandig. Door biomassa te blijven stimuleren, zadelt Europa andere continenten op met een nog groter klimaatprobleem, redeneert hij. “Het enige wat bio-energiesubsidies doen, is het geld van mensen in Nederland gebruiken om de CO2-uitstoot te verhogen, zodat andere landen nog meer geld moeten uitgeven aan klimaatbeleid om de uitstoot te verminderen.”