Het gas zit op 3km diepte in poriën. Maar om daar te komen moet je wel degelijk een boorput maken. Die boorput is hol en zit vol gas. De eerste stap is alle gas verbranden. Affakkelen zeg maar. Als alle gas uit de boorput is wordt die afgesloten met een laag cement.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken wordt niet de hele boorput volgestort met cement maar op verschillende dieptes een cementplug aangebracht. Zie onder voor een beschrijving van sluiting van de NAM-locatie Bierum (Bron NAM)
Fase 1: Van productielocatie naar insluiting
Als het besluit is genomen om de gas- of olieproductie op een locatie te stoppen, worden de putten veiliggesteld en losgekoppeld van het totale behandeling- en transportsysteem dat wordt ingezet om Nederland van energie te voorzien. Er kan nu effectief geen gas meer worden geproduceerd op deze locatie.
Fase 2: Schoonmaken en slopen bovengrondse installaties
Na het insluiten van de locatie worden de bovengrondse installaties schoongemaakt, ontmanteld en afgevoerd. Als deze werkzaamheden zijn afgerond zijn meestal nog alleen een grote asfaltplaat en de gasputten zichtbaar op de locatie.
Fase 3: Verwijderen van de putten
Als de bovengrondse installaties zijn schoongemaakt en verwijderd kunnen de productieputten definitief worden afgesloten en opgeruimd. Voor het opruimen van de putten wordt over het algemeen gebruikt gemaakt van een zogenaamde opruimtoren, de P&A unit. Zodra de werkzaamheden zijn afgerond, start een periode van monitoring. In de monitoring periode van minimaal 3 maanden wordt gecontroleerd of het afsluiten en opruimen van de putten succesvol is verlopen.
Fase 4: Opruimen, herstel & oplevering
Na het definitief afsluiten van de putten wordt er bodemonderzoek gedaan om eventuele bodemverontreiniging in kaart te brengen. Indien noodzakelijk wordt er een saneringsplan gemaakt. Dit plan wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag. Na verlening van de beschikking (toestemming) wordt de verontreiniging samen met de resterende infrastructuur als terreinverharding, kabels, leidingen en het hekwerk opgeruimd. Vervolgens wordt het terrein in overleg met de eigenaar hersteld en overgedragen aan de grondeigenaar. Dit betekent meestal dat het terrein (weer) geschikt wordt gemaakt voor landbouw.