Wat opvalt bij het bekijken van de kaarten is dat de bovenlucht eerder afkoelt dan de lucht onderin. Om 13:00 is de T500 gedaald van -21°C naar -29°C terwijl er op 2 meter hoogte nog steeds zachte lucht (dauwpunt 8°C) aangevoerd wordt vanuit het zuidwesten. Dat kan resulteren in een 100 km brede zone met enige onstabiliteit voor het koufront uit, maar dan moet de vochtige luchtlaag onderin wel diep genoeg zijn. Verder staat er hogerop veel wind: 50 knopen op 1 km hoogte. Onderin staat er ca. 15 knopen, dus er is veel windschering.
Als er voldoende onstabiliteit is en ook veel windschering, dan blokkeren de buien de krachtige luchtstroom op hoogte (zie 850 hPa wind) waardoor de lucht zich ophoopt aan de achterzijde van de buienlijn en naar beneden geduwd wordt. Dat kan voor stevige windstoten aan de grond zorgen (zie 10 m windstoten). Arome en Harmonie berekenen (vermoedelijk) een enkele mini-supercel voor de buienlijn uit. ICON-D2 heeft deze niet. Het verticale windprofiel is in ieder geval redelijk gekromd (prikpunt Antwerpen, maar de kromming is ook op veel andere plaatsen te zien).
Maar als de stijgstromen niet krachtig genoeg zijn dan verwaaien de buien en zullen de (convectief gedreven) windstoten meevallen. Dit is trouwens meestal het geval. In dat geval zie je doorgaans een heel smalle buienlijn op de radar.




