Warmte kan moeilijk relatief zijn want daar zitten absolute definities aan verbonden. Daarom kan een recordzachte december/januari/februari ten slotte nooit warm verlopen, maar slechts 'zacht'.
Zonneschijn wordt door het KNMI gedefinieerd in relatieve zin (totaal aantal zonuren / totaal aantal uren daglicht). Zo noemt het KNMI een dag met 20% of minder zonneschijn "somber", een dag van 50% zonneschijn "zonnig" en een dag met 80% of meer zon is gedefinieerd als "zeer zonnig". Dit onafhankelijk van op welke dag in een jaar dat gebeurt, om het vergelijkbaar te houden vanwege de jaarrond veranderende daglengte. Zo zijn er voor een zonnige dag in december slechts 3,5-4 zonuren nodig en in juni minimaal 8 tot 9, binnen hetzelfde etmaal van 24 uren.
Voor wat betreft de temperatuur hangen er absolute waarden aan. Warm: >20,0C. Zomers: >25,0C. Tropisch >30,0C. Et cetera. Een dag die bijdraagt aan het warmtegetal: Tg >18,0C. Voor de zonuren bestaan dergelijke absolute waarden niet.
Zo was maart 2022 bijvoorbeeld recordzonnig, met een kleine 260 zonuren en een percentage van boven de 70% zonneschijn. Tegenover de recordzonnige juli 2018 haalt die maand echter bij lange na niet hetzelfde aantal zonuren van 340, terwijl deze julimaand in relatieve zin met iets minder dan 68% zon toch minder (extreem) zonnig verliep.
Geen idee wat er aan deze manier van vergelijken zo negatief is, de temperatuur en zonneschijn worden nou eenmaal op een andere manier omschreven en beoordeeld. Kan ook niet anders.
Quote selectie
( 464)
( 255)
( 224)
( 177)
( 229)