Ook op de langere termijn zien we geen overgang naar stabieler weer. De hoogtestroming wordt meer ZW met een warmere aanvoer, maar tussen een trog ten W van het continent en een stationaire heteluchtbastion boven Z-Europa worden lagedrukgebieden gedwongen over W-Europa te trekken. In deze situatie kunnen er weliswaar interessante buiensituaties ontstaan.
De trend dat droge pluimen stelselmatig natter worden naarmate de termijn nadert, blijft gehandhaafd.
In deze setting kan er wel eens tijdelijk een warme/zonnige periode inzitten door een uitloper die langer standhoudt, anderzijds kunnen uitdiepende lagen vanover Frankrijk de zomer helemaal in de soep draaien.
Stilaan bekruipt mij het gevoel dat er voor de kernzomer 15 juli - 15 augustus ook geen beterschap inzit, of dat er alvast véél moet veranderen willen we een structureel stabielere periode meemaken.


( 140)