Op de site van Kachelmann staan nu de zg. stripes met de temperatuurontwikkeling sinds het begin van de metingen van diverse stations. Goed te zien is de temperatuursprong die we eind jaren 80 zagen in West-Europa. Alle jaargetijden werden rond die periode warmer. Ook zeker de winter helaas. De herfst warmde het minst op.
Er zijn twee (aan elkaar gelinkte) zaken die interessant kunnen zijn, maar ik niet direct terugvond:
- Ik lees "metingen van diverse stations". Gaat het dan effectief over een temperatuursprong van metingen op grondniveau? Waar meet men?
- Zo ja, wat is de evolutie van het grondgebruik sedert de jaren 1980 (in de buurt van de meetopstellingen)?
Ik stel me steeds die vraag omdat ik me goed bewust ben van de impact van menselijke ingrepen op het landschap. Als grote arealen bos worden omgezet in terreinen voor monoculturen of industriële ontwikkeling (om er twee te noemen), dan zal dat ongetwijfeld een belangrijke invloed hebben op de meteorologische metingen op grondniveau. De invloed van de combinatie van een veranderde omgeving van de meetopstellingen en de evolutie van de kwaliteit en kwantiteit van de metingen dus. Is dit verwaarloosbaar of net niet in deze specifieke context? Metingen op grondniveau lijken me het minst betrouwbaar om te gebruiken voor een dergelijke evolutieschets?
Dit valt grotendeels wel onder de discussie bij (de methodiek van) homogenisatie van metingen. Bvb. wat was de impact van het afsluiten van de Zuiderzee (eerste helft 20ste eeuw) op de metingen langs deze voormalige kustlijn. Met wat wordt eigenlijk allemaal rekening gehouden tijdens homogenisatie en met wat niet?