Ook verder noordelijk (kust van Noorwegen) waren er stevige onweersbuien. Waarschijnlijk ontstaan in de thermische vore. De weerkaarten laten een smalle tong met warme en vochtige lucht zien. De atmosfeer is in zo'n warme tong wat dikker en op hoogte zie je dat de lucht daarom zijwaarts wegstroomt. Dat zorgt voor een luchttekort aan de grond en daardoor stroomt er op grondniveau lucht vanaf de zijkanten richting de thermische vore. Daar waar deze luchtstromen elkaar ontmoeten (in het midden van de warme tong) is er sprake van sterke convergentie.



( 541)