Grootschalige situatie: een frontale zone markeert de scheiding tussen de continentaal tropische lucht (ten zuidoosten) en de maritiem polaire lucht (ten noordwesten). In de maritiem polaire lucht zijn cumulus ontstaan met de basis op 1200-1400 meter. Daar is de stroming duidelijk noordelijk, waardoor de wolken naar het zuiden trekken (zie 1). Bij (2) zie je duidelijk een dikke rij Cu die steeds op dezelfde plek ontstaat en onder de inversie rond 1800 meter uitsmeert tot Sc. Er is daar enige convergentie doordat de wind aan zee meer noordcomponent heeft, terwijl de stroming iets het binnenland wat oostelijker is. Bij (3) de bewolking van de frontale zone op hoogte die van zuidwest naar noordoost trekt.

Een en ander is ook goed terug te zien in de sounding. Bij (1) heeft de wind een noordcomponent, de cumulus trekken dus richting het zuiden. Hogerop in de atmosfeer staat bij (2) een meer zuidwestelijke stroming, waardoor de frontale wolken naar het noordoosten trekken.
