Als je goed op het satellietbeeld van dit moment kijkt, zie je dat er op de westelijke Noordzee een duidelijk verschil is in windrichting in de verschillende lagen van de atmosfeer. De 'lagere' convectie (vormende cumulus met basis rond de kilometer hoogte) wordt met een noordenwind naar het zuiden getransporteerd. Dat zie je bij (A): de cumulus (gelige bewolking) verplaatst zich in het rode rondje van boven naar onder. Op grotere hoogte is de stroming echter westelijk. De toppen van de buien (die diepwitte watten die op een kilometer of 8 hoogte zitten) waaien dus richting het oost- tot noordoosten. Dat zie je bij (B) gebeuren: de ijskap verplaatst zich in het rode rondje van links naar rechts. Een compleet andere richting dan de lagere bewolking dus!
Zo ontstaat er een beeld dat op de satelliet de lagere bewolking onder de ijskappen door lijkt te kruipen. Door de geringe stromingssnelheid in het midden van de bui heeft de convectie vooral bij Noord-Holland de neiging op zee te blijven hangen. De convectie die richting Zeeland gaat profiteert van wat meer stroming, waardoor deze sneller trekken.
