Met de steeds langer wordende nachten wordt de nachtelijke uitstraling ook steeds prominenter. De ombouw van de atmosfeer van zomer naar herfst is duidelijk gaande, hoewel we volgende week nog een prachtige nazomerperiode tegemoet gaan. Vannacht was er ontkoppeling van de grenslaag te zien met een ondiepe laag van koude lucht. Aan de grond werd in Cabauw een minimum van 4.7 graden geregistreerd, terwijl het op 140 meter hoogte tegelijkertijd 12 graden was. Een verschil van ruim 7 graden dus op korte afstand. In Twente was het verschil zelfs 11 graden tussen het gras (-0,3) en 100 meter hoogte (+10,9 graden)!
De wolkenhoogtemeter (tweede afbeelding) toont het ook mooi. Door de koude lucht aan de grond met een warme laag erboven, is de opbouw zéér stabiel. Alle luchtdeeltjes blijven aan de grond hangen. Ook vervuiling (verkeer, industrie etc.) blijven dan hangen, waardoor de wolkenhoogtemeter dit duidelijk detecteert. Voor wat meer uitleg over een stralingsinversie zie afbeelding 3, 4 en 5.
Afbeelding 1: op de meetmast van Cabauw is een temperatuurverschil van ruim 7 graden zichtbaar tussen de grond en 140 meter hoogte.
Afbeelding 2: de wolkenhoogtemeter 'ziet' de grondinversie ook als donkerrode laag aan het directe aardoppervlak (dit is voor Twente).
Afbeelding 3, 4 en 5: wat meer uitleg over het ontstaan van een stralingsinversie in de nacht. De laser is de wolkenhoogtemeter. De opbouw van de atmosfeer wordt stabiel (koud onderop, warm hogerop) waardoor het deksel erop gaat. Lucht kan niet meer verder naar boven, de laag waarin 'rommel' (vervuiling) zich ophoopt wordt heel dun.


