Op de eerste afbeelding zie je onderaan duidelijk de mist in de Seinevallei (Frankrijk) die oplost. Verder zie je in het Kanaal meerdere lijntjes bewolking. Dit zijn kleine convergentielijntjes die worden veroorzaakt door windverschillen tussen land en zee. Je ziet er een getriggerd worden in het verlengde van Normandië, eentje aan de zuidkust van Engeland en de laatste in het verlengde van Cap Gris-Nez (bij Calais). De lijntjes trekken met de stroming mee richting het oosten. Het heeft wel wat weg van rookpluimen, vooral die bij Calais!

Op de tweede afbeelding zie je dat in de kustgebieden als eerste cumulus ontstaan. De oorzaak is vrij simpel: de zee is nog warm. Deze warme en vochtige lucht loopt met de westenwind mee het land op en warmt nog wat verder op, maar doordat de wind afremt boven land ontstaat een ophoping van lucht en gaat de lucht stijgen. Zie het als een marcherend orkest: de voorkant gaat trager lopen, de rest erachter vertraagt ook en hoopt op. Gevolg: convectieve bewolking. Vooral in Nederland zie je dat terug in een scherpe lijn bewolking van Zeeland naar Noord-Holland, daar vindt de meeste convergentie plaats.

Op de derde afbeelding is het binnenland ook voldoende opgewarmd voor convectie. De opstijgende lucht condenseert rond de 800 meter. Daarboven zit al snel de subsidentie-inversie (voor uitleg zie deze post van vanmorgen). De cumulus stoten hun hoofd en spreiden uit, vooral in Nederland. Je ziet een witte blob ontstaan (stratocumulus). In België neemt de bewolking af: te weinig vocht en al dieper richting de kern van het hogedrukgebied. De dalende luchtbewegingen (subsidentie) drogen de lucht uit en remmen bewolkingsvorming.

En op de laatste afbeelding zie je het effect van minder opwarming op de bewolking. In de ochtend trekt een gebied lage wolken over. Deze tempert de opwarming, de temperatuur blijft achter. Als de wolken wegtrekken, is het nog steeds te koud voor convectie. Hierdoor blijft het na de passage van de lage wolken een tijdlang helder in dit gebied, terwijl ten westen ervan (beter opgewarmd) wel uitsmerende cumulus ontstaan. Pas later ontstaan ook in het 'gat' nieuwe wolken.
