Vooral de zuidoostelijke helft is illustratief, omdat de dag daar met mist/stratus begon. Als voorbeeld de wolkenhoogtemeter van Deelen gepakt, waar het patroon van het ontstaan en oplossen van mist goed zichtbaar is.
In de nacht ontstaat mist (1). In de loop van de ochtend zorgt instraling ervoor dat de mist 'opstijgt' en overgaat in stratus, en de basis van de stratus steeds wat hoger komt te liggen. De opwarming zet door, waardoor het condensatieniveau stijgt. De stratus gaat over in stratocumulus met een basis die geleidelijk stijgt naar >500 meter (2). In de loop van de middag zijn er enkel nog losse cumulus zichtbaar met basis rond de 800 meter (3). Op het eind is het zelfs vrijwel onbewolkt.
Morgen waarschijnlijk een herhaling van zetten, waarbij het de vraag is wáár zich precies mist vormt en hoe snel (en of) de zwakke oktoberzon de mist, gevangen in de grondinversie, weet op te lossen. ![]()