Bij (1) zie je convergentie langs East-Anglia. Dit zorgt voor een buienlijntje stroomafwaarts tot over Midden-Nederland richting het Rührgebied. Levert in Duitsland zelfs onweer op.
Bij (2) zie je dat het even duurt voordat de droge, koude lucht die van over land de zee opstroomt voldoende is opgewarmd om wolken te vormen.
Bij (3) zie je dikkere, wittere watten. Hier ligt een trog met verhoogde onstabiliteit en dus fellere en meer geclusterde buien. De wolkentoppen reiken hoger, zijn kouder en witter op de satelliet (meer ijskristallen).
