Bij (1) stroomt de koude luchtmassa uit over zee. Er is nog niks aan de hand: de lucht moet eerst nog opwarmen voordat er een voldoende onstabiel profiel ontstaat om wolken te vormen.
Bij (2) is de koude luchtmassa van onderop (door het waaien over het warme Noordzeewater) voldoende opgewarmd. De lucht gaat opstijgen, steeds hogere cumulus worden gevormd.
Bij (3) wordt het buienstadium bereikt. De lucht is voldoende ver opgestegen om een cumulonimbus te vormen. Vanwege het draaien van de stroming van west naar noordwest komt (3) in de loop van het beeld steeds feitelijk steeds oostelijker te liggen
En we zouden in dit geval ook nog (4) kunnen toevoegen. De lucht stroomt weer over kouder land (2-3 graden). De voeding van onderop verdwijnt, de buien zijn volgroeid en hebben vanaf nu de neiging zich uit te smeren tot een egaal neerslaggebied. Merk op het eind van de video ook op dat de buiigheid niet meer op zee ontstaat. De stroming draait naar het noordwesten op nadering van een nieuw laag met geclusterde buien.
Bron radarbeeld: Stormarchive.nl.
