Cluster 1 (21/51) heeft twee dominante hogedrukgebieden; eentje boven Scandinavië en een ten zuiden van Groenland. Door lagedruk ten zuiden van ons is de aanvoer meestal aflandig en kan het geleidelijk (flink) kouder worden.
Cluster 2 (10/51) toont eerst een dominant Scandihoog, later trekt het retrograads richting Groenland en kan er lucht van de maritiem arctische soort binnenstromen. Bij ons wederom steeds kouder met wisselend aflandig en aanlandige invloeden. Tijdens aanlandige fasen iets minder koud.
Cluster 3 (10/51) heeft een dominant hogedrukgebied op de Oceaan met ook hier lagedruk in het zuiden met hierdoor aflandige aanvoer. Daarna schuift het hoog wat westelijker op en komt er een trog afzakken vanuit het noorden. Dit is waarschijnlijk het minst koude scenario van de vier, omdat de aanvoer vanaf hier vooral aanlandig is. En dan is het maar net de vraag hoe koud de bovenlucht is in die trog. Wel goede mogelijkheden op ''vuil'' winterweer met talrijke winterse buien.
Cluster 4 (10/51) heeft een hoog dominant in het Verboden Gebied die de hele 3-daagse vrij standvastig is en dus de stroming bij ons aflandig blijft door lagedrukgebieden die in het zuiden van Europa rondtollen. Later hint het hoog op retrograadse verplaatsing.
De OPER zat in cluster 4.
